NOS / Stijn Postmus
Corona-achtergronden

Alleen samen krijgen we corona onder controle, luidt de strijdleus. Dat geldt ook voor de landen in Europa. De vraag is hoe: met geld lenen of met geld geven? Moeten er eurobonds ('coronabonds') uitgegeven worden zoals de Fransen, Italianen en Spanjaarden willen, of gaat er een collectebus rond, zoals de Nederlandse minister Hoekstra heeft voorgesteld?

De coronacrisis kost een vermogen, helemaal voor de zwaarst getroffen landen Italië en Spanje. Er is geld nodig om die enorme economische schade op te vangen en de gezondheidszorg overeind te houden, en om allerlei steunregelingen van de overheid te betalen.

De Europese Centrale Bank (ECB) trekt de portemonnee met 1100 miljard euro. Daarmee worden staatsleningen opgekocht waardoor geld lenen voor overheden goedkoper wordt. Daarbij was er ook meteen de oproep aan landen om zelf ook meer te doen. Eurolanden moeten elkaar helpen met geld, uit solidariteit en eigenbelang. "Als alles valt, vallen we mee. Als we hen niet redden, redden we onszelf ook niet", stelde oud-DNB-president Nout Wellink.

Bijna elk euroland heeft ideeën hoe het aangepakt moet worden. Vanavond hakken de ministers van financiën knopen door. Welke ideeën liggen op tafel en welke maken de beste kans?

Eurobonds

Het meest gehoorde plan is eurobonds, dat geldt als het summum van solidariteit en gezamenlijkheid. 'Bond' is het Engelse woord voor obligatie, een schuldlening. Overheden en bedrijven kunnen obligaties uitgeven waarmee ze hun (staats)schuld, investeringen of uitgaven financieren.

Grote en kleine beleggers, pensioenfondsen en investeerders lenen geld uit tegen een rentevergoeding; hoe riskanter de lening, hoe hoger de rente. De lening heet een obligatie omdat je verplicht bent om af te lossen, net als bij een hypotheeklening. Een obligatie of eurobond is dus geen gift.

Het probleem is alleen dat er nog geen eurobonds bestaan. Het gaat niet om leningen in euro's of in Europa uitgegeven schuldpapier. Een echte eurobond kan alleen maar uitgegeven worden als de eurolanden een gezamenlijke rekening hebben, een gezamenlijke staatshuishouding voeren, en die is er (nog) niet.

Elk euroland heeft zijn eigen nationale begroting en huishoudboekje, zijn eigen inkomsten en uitgaven, belastingen en schulden en dus kan er niet met en namens andere eurolanden schuld uitgeschreven worden. De Italiaanse of de Belgische staatsschuld is de onze niet.

Voor financieel zwakkere landen pakt gezamenlijk lenen goed uit. Ze betalen dan een lagere rente dan als ze in hun eentje geld zouden lenen. Voor landen die er relatief goed voor staan, zoals Nederland, pakt het slechter uit. De rentekosten lopen voor die landen juist op.

Als Italië meer geld nodig heeft kan het zijn staatsschuld verhogen. Dat land heeft weliswaar al de op een na hoogste staatsschuld in de eurozone, bijna 2300 miljard euro en 132 procent van het bbp, nog enkele tientallen miljarden meer maakt niet veel uit.

Italië heeft trouwens nog steeds toegang tot de kapitaalmarkten tegen een aanvaardbare rente, dus zo nijpend is het probleem ook niet.

Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM)

Eurobonds zijn dus lastig, maar wat er het meest op lijkt zijn de leningen die het ESM, het Europees Stabiliteitsmechanisme, uitgeeft. Dat is een leningenprogramma van eurolanden voor eurolanden, dat in de crisisjaren na 2008 is opgericht om landen als Griekenland en Spanje te redden.

Het reddingsfonds is gevuld met 80 miljard euro van de 19 eurolanden. Nederland heeft er 4,6 miljard ingestopt. Met dat door overheden gegarandeerde kapitaal kunnen obligaties uitgegeven worden en kan dus geld opgehaald op financiële markten tot bijna het negenvoudige, in totaal 700 miljard euro.

Het fonds werkt als een hefboom. Met weinig geld meer geld ophalen is het idee, immers: de 19 eurolanden staan er gezamenlijk voor in en hebben een gemeenschappelijk doel, namelijk elkaar redden van de financiële ondergang, een soort een voor allen en allen voor een.

Uit die pot kan nog voor 410 miljard euro aan leningen opgehaald worden, en dat lijkt genoeg voor de grootste nood. Mocht er meer nodig zijn, dan kunnen de eurolanden eventueel hun nationale bijdragen wat verhogen.

Om het ESM in te zetten als een speciale coronakredietlijn is het wel nodig om de spelregels aan te passen. Het ESM verstrekt nu uitsluitend leningen onder voorwaarden zoals strikte hervormingsprogramma's en bezuinigingen, maar dat gaat nu met de coronacrisis niet werken.

Coronafonds

Wat ook kan is een nieuw speciaal 'coronafonds' oprichten, naast het ESM. Dat werkt volgens hetzelfde principe: eurolanden storten daar geld in, zo'n 25 miljard euro waarmee leningen worden uitgegeven. Voor Nederland komt dat neer op 1 tot 1,5 miljard euro. Deze coronabonds zijn dan specifiek gekoppeld aan de coronacrisis.

Collectebus

Nederland heeft nog een optie op tafel gelegd. Geen eurobonds of schuldverhogende leningen, maar een gift. Wopke Hoekstra, de Nederlandse minister van Financiën, opperde een soort liefdadigheidsfonds waarin eurolanden vrijwillig geld kunnen stoppen en waaruit elk land geld kan krijgen om de problemen het hoofd te bieden. Nederland was van plan daar 1 miljard euro in te stoppen.

Maar Italië voelt niet veel voor zo'n fooienpot. Die komt te veel neer op hand ophouden, is te veel gericht op zwakke landen en te weinig op Europese solidariteit.

Wat het gaat worden? Het Wopke-fonds en een speciaal coronafonds hebben de minste kans van slagen, de coronakredietlijn bij het ESM des te meer. Dat is in lijn met het manifest van 100 Nederlandse economen. Gecombineerd met een Europees werktijdverkortingsfonds en een faciliteit van 200 miljard euro bij de Europese Investeringsbank (EIB) ligt er voldoende zwaar geschut op tafel, zo is het gevoelen.

STER reclame