Duitse versperringen bij het Binnenhof · NIOD/Beeldbank WO2

Noodparlement in de maak

Drie maanden na de bevrijding van Nederland werkt men in Den Haag hard aan de wederopbouw van de democratie. Nadat er vorige maand een nieuw kabinet is aangetreden, is men nu bezig met het parlement.

Premier Schermerhorn wil graag een noodparlement installeren, maar worstelt met de vraag wie daarin moeten zitten. Hoewel de laatste verkiezingen in 1937 waren, vinden de meeste Kamerleden dat zij lid kunnen blijven zolang er geen nieuwe verkiezingen zijn geweest. Uitzondering zijn uiteraard de acht NSB'ers (vier in de Eerste Kamer en vier in de Tweede), die als landverraders zeker niet terug zullen keren.

Problematischer zijn de vacatures die zijn ontstaan. In de Eerste Kamer keren 16 van de 50 leden niet terug, in de Tweede 24 van de 100. Sommige parlementariërs keren uit eigen beweging niet terug, anderen vanwege de oorlog. Zo kwamen de Joodse Cohen (VDB) en SDAP'ers De Jong en De la Bella om het leven in de vernietigingskampen en werd CPN'er De Visser gedood bij het bombardement van de Cap Arcona.

In het verzet zijn figuren naar voren gekomen die met moed en bekwaamheid land en vrijheid hadden gediend.

Willem Drees over zijn voorkeur voor oud-verzetsleden

De regels schrijven voor dat men hen vervangt op basis van de kieslijsten van 1937. Minister Drees vindt dat ongepast. Dit zijn "mensen van wie men indertijd niet had verwacht dat ze ernstig in aanmerking zouden komen en wier namen veelal vrij onbekend waren", redeneert hij. "Daartegenover waren in het verzet figuren naar voren gekomen die met moed en bekwaamheid land en vrijheid hadden gediend".

Daarom is al tijdens de oorlog in het ondergrondse overleg afgesproken dat een speciale commissie mensen aanwijst die de opengevallen plaatsen mogen innemen. Die commissie is dit voorjaar ook al samengesteld en er zijn inmiddels al wat namen bekend.

Zo zat er in 1940 geen communist in de Eerste Kamer, maar wordt nu een zetel toegewezen aan de hoofdredacteur van De Waarheid, A.J. Koejemans. Ook D.U. Stikker, de Indonesiër M.Pamontjak en een man die actief was in het kunstenaarsverzet, N. Donkersloot, komen in de senaat.

Zetels in de Tweede Kamer zijn onder anderen toegewezen aan leden van het verzet, onder wie F. Goedhart van Het Parool, de ex-minister uit Londen J. Burger (SDAP) en ook aan de Indonesiër R. Setyadjit. Met het aanwijzen van nieuwe leden, deels op basis van die oude lijsten, deels op basis van gedragingen binnen en buiten de illegaliteit tijdens de bezetting komt nu dus langzaamaan het Noodparlement tot stand.

Vertragende factoren voor verkiezingen

Wanneer er echte verkiezingen komen is nog onduidelijk. Minister-president Schermerhorn denkt dat het nog wel even kan duren. "Het is technisch al ingewikkeld om verkiezingen te organiseren", zei hij vorige week in een redevoering, "maar we moeten er ook rekening mee houden dat het volk zich een denkbeeld moet kunnen vormen over de politieke vraagstukken. Vertragende factoren hierbij zijn de moeilijkheden van het verkeer en de onvoldoende voorlichting der pers. Er zal zeker met een jaar moeten worden gerekend."

Dit vooruitzicht valt niet overal goed. Verzetskrant Het Parool bijvoorbeeld is woedend. Formeel redeneren dat het laatst gekozen parlement het enig juiste parlement is, deugt niet, schrijft de krant: "Je kunt wel betogen dat de vierjarige zittingsperiode van de Kamer van '37 alleen maar 'onderbroken' is (voor een jaar of vijf!!), zodat de heren nog een staartje tegoed hebben, doch niemand kan ontkennen dat al die onderbrekingsjaren de tijd niet heeft stilgestaan."

De krant wijst erop dat hierdoor mensen tussen de 25 en 50 praktisch niet vertegenwoordigd zijn in het parlement. "Is dat billijk, na vijf jaar, die de ouder wordende vroeg-oud en de jongere vroeg-rijp hebben gemaakt? De vraag is retorisch: het is niet billijk'.

Oproep

De krant krijgt steun van een groep prominente Nederlanders. Onder aanvoering van professor doctor J.M. Romein en mevrouw doctor A. Romein-Verschoor vragen zij in een open brief aan premier Schermerhorn ervoor te zorgen dat het Nederlandse volk nog dit jaar "zijn grondwettelijke plichten kan uitoefenen door in algemene, vrije en geheime verkiezingen zijn plaatselijke en landelijke vertegenwoordigende lichamen aan te wijzen".

Ze snappen niet waarom het misschien wel een jaar moet duren. "Het Nederlandse volk voelt zich niet minder bevoegd tot het uitoefenen van zijn democratische rechten dan andere volkeren die reeds gekozen hebben of dit spoedig zullen doen."

Waarnemers vermoeden dat het ook te maken heeft met de rol van koningin Wilhelmina. Zij bleek in Londen al geen groot voorstander van het onvoorwaardelijk herstel van de vooroorlogse verhoudingen, inclusief partijpolitiek en parlement. Mogelijk duurt het daarom zolang om de belofte van het eerste kabinet-Gerbrandy waar te maken, om de democratische organen meteen na de oorlog weer bij elkaar te roepen.

Het lijkt erop dat zij veel meer ziet in politici die uit het verzet komen en ook streven naar een grondige vernieuwing van het politieke bestel. Hoe dan ook: wat het kabinet Schermerhorn-Drees betreft, een noodparlement is voorlopig het hoogst haalbare.