De Tweede Kamer vindt dat Nederland te weinig doet aan de bestrijding van ebola. "Het beeld is ontluisterend", zei CDA-Kamerlid Mulder. "We zijn al wekenlang aan het onderzoeken wat de behoefte is. Wij maken ons grote zorgen."

Minister Ploumen voor Ontwikkelingssamenwerking somde in een debat met de Kamer een lijst van dingen op die Nederland doet. Zo hebben haar collega Schippers van Volksgezondheid en zij alle Nederlandse ziekenhuizen en GGD's aangeschreven om te vragen of zij personeel en goederen ter beschikking kunnen stellen. Dat heeft opgeleverd dat zich tot nu toe zeven vrijwilligers hebben aangemeld, die naar Afrika willen afreizen. Ook zijn er elf ambulances aangeboden.

Verder is er een team van de medewerkers van de ministers Ploumen, Schippers en Hennis (Defensie) die "24 uur per dag" aan de telefoon zitten om te inventariseren waar behoefte aan is en hoe de goederen die Nederland kan leveren op de juiste plek terechtkomen. "Dat is één van de redenen waarom ik nu ook steeds op mijn Blackberry zit", zei Ploumen. "We zijn, terwijl we hier aan het spreken zijn, voortdurend aan het inventariseren."

Veldhospitaal

Ploumen wees erop dat het ministerie van Defensie geen medisch personeel beschikbaar heeft voor de bestrijding van ebola. Dat komt onder meer doordat er al een Nederlandse missie in Mali is. Wel wordt er gekeken of de krijgsmacht materieel en logistiek kan bijdragen. Ook wil Nederland bijdragen aan een veldhospitaal met 700 bedden dat het Verenigd Koninkrijk in Sierra Leone wil opzetten voor medisch personeel dat besmet is geraakt.

De Kamer zei het allemaal "te weinig, te laat" te vinden. "De minister kiest ervoor de stoptrein te nemen, terwijl er ook een sneltrein is", zei SP'er Smaling. Volgens Sjoerdsma van D66 lijkt het erop dat Ploumen zelfs het boemeltreintje aan zich voorbij laat gaan. "Zeven vrijwilligers is nog niet een begin van wat nodig is om de epidemie te bestrijden."

Koekeloeren

Volgens Ploumen is het nu eenmaal belangrijk om te overleggen en te inventariseren, omdat de hulp anders niet op de juiste plek terechtkomt. "We moeten bijvoorbeeld kijken welke landen ambulances kunnen leveren, en met welk vliegtuig die mee kunnen. We zitten echt niet met z'n allen de hele dag te koekeloeren. We zijn enorme stappen verder dan een paar weken geleden."

Ploumen woont morgen in Washington een internationale bijeenkomst over ebola bij en wil daar ook de Nederlandse kritiek op de trage reactie van de Wereldgezondheidsorganisatie WHO overbrengen. Ze stuurt zo snel mogelijk een brief aan de Kamer met een overzicht van de goederen die Nederland levert aan de strijd tegen de ziekte.

STER reclame