Studeren én ondernemen: topsport?

Aangepast

Er moet speciaal beleid komen voor studenten die ook ondernemer zijn, net zoals er nu is voor topsporters. Dat vindt Bernard Wientjes. De hoogleraar Ondernemerschap en Leiderschap aan de Universiteit Utrecht is niet tevreden over het aantal ondernemende studenten.

"Nederland is een ondernemend land. Maar op een of andere manier is dat nog niet geïncorporeerd, zit het nog niet in de genen van de universiteit", zegt Wientjes. Hij wil dat hogescholen en universiteiten meer doen om ondernemerschap te bevorderen, zoals het aanbieden van begeleiding en aangepaste roosters.

Topsportstatus

NOC*NSF hanteert een speciaal topsportbeleid. Als sportende studenten aan bepaalde voorwaarden voldoen, krijgen ze een speciale status waarmee ze bij hogescholen en universiteiten aanspraak kunnen maken op bepaalde regelingen zoals een eigen studierooster of financiële steun.

Wientjes, die voorzitter van ondernemersorganisatie VNO-NCW is geweest, pleit voor een vergelijkbare status voor student-ondernemers. "Als een topondernemer, net als een topsporter, geen tijd heeft voor z'n tentamen... daar moet begrip voor zijn. Ik ga mij daar zeker sterk voor maken."

Weinig ondernemende studenten

Het percentage studenten dat naast een voltijds studie een bedrijf runt, is sinds 2012 gegroeid van 3% naar 6%. Een verdubbeling, maar vergeleken met andere landen nog niet zo indrukwekkend. In bijvoorbeeld de Verenigde Staten heeft 11% van de studenten een eigen bedrijf, en in Argentinië maar liefst 29%.

In Nederland deed de Erasmus Universiteit in Rotterdam onderzoek naar ondernemerschap onder 10.000 studenten. Uit dat onderzoek blijkt dat de intentie om na het studeren direct een bedrijf te beginnen in 2012 nog zo'n 10% was, nu nog maar 6%. Wientjes vindt dat universiteiten dit moeten verbeteren.

Judo en lasers

Steinar Henskes merkt dat ook. Hij is 23 jaar oud en directeur van Bird Control Group. Hij ontwikkelde een lasersysteem waarmee vogels bij vliegvelden kunnen worden weggejaagd. In tientallen landen verkoopt hij zijn producten. Hij moet daarom vaak naar het buitenland, wat lastig te combineren was met zijn studie. Hij stopte daarom voortijdig met z'n studie aan de Technische Universiteit in Delft.

Henskes beoefende lange tijd op hoog, internationaal niveau judo. Toen kreeg hij veel vrijheid om school te combineren met internationale toernooien. Als ondernemer kreeg hij die vrijheden niet. "Bij het bedrijf heb je ook bepaalde afspraken die je maakt. Deals die je wilt halen om te groeien. Maar anderzijds heb je een tentamenweek, die niet verplaatst kan worden. En dan kies ik ervoor om voor het bedrijf te gaan. Terwijl vanuit het onderwijs wordt geëist dat de opleiding op nummer één staat."

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft nog geen plannen om student-ondernemers dezelfde voordelen als topsporters te geven. Het ministerie stimuleert ondernemerschap onder studenten wel, maar volgens een woordvoerder is het aan de onderwijsinstellingen zelf om speciale regelingen te treffen.

STER Reclame