Ze zijn terug van weggeweest: de ooievaars. Volgens de laatste tellingen zijn er nu 1400 in Nederland. Dat is bijzonder, voor een vogel die hier bijna niet meer voorkwam.

"In mijn jeugd waren ze er nauwelijks meer, nu zie je er soms tien tegelijk. Wat is er nou mooier", vindt een enthousiaste Arda van der Lee van de Stichting Ooievaars Research and Knowhow.

Eind jaren 60 was er nog maar een klein aantal broedparen over. "Er zijn veel insecticiden gebruikt waardoor roofvogels en ooievaars het loodje legden", verklaart Van der Lee. "Dat is nu verbeterd. Bovendien houden ooievaars van natte gebieden en ook daar wordt hard aan gewerkt."

Langs de snelweg

Wie regelmatig op de snelweg zit, heeft er misschien al een paar zien zitten. Een enthousiaste Van der Lee: "Als ik ze zie, moet ik altijd oppassen dat ik niet naar de verkeerde kant van de weg zwalk."

Ooievaars zitten graag op lantarenpalen in de middenberm van de snelweg. "Het zijn veilige uitkijkposten. Bomen hebben te veel bladeren, dat is moeilijk landen voor het beestje."

Flinke flats

Voor de automobilisten is er wel een nadeel: de uitwerpselen van een ooievaar zijn vaak een hele lading. "Ach, ze kakken een beetje, maar is dat zo erg?", vindt Van der Lee. "Het is een flinke flats, dat klopt. Maar die spuiten ze over de rand van hun nest. En echte nesten heb ik nog nergens gezien boven een snelweg, dus dat zal wel meevallen."

Dat er op dit moment minder kikkers in Nederland zouden zijn, komt volgens Van der Lee niet door de ooievaar. "Ze eten vooral muizen, mollen en insecten. En de jongen worden gevoerd met regenwormen."

Van een plaag wil Van der Lee ook niet spreken. "1400 exemplaren noem ik geen plaag. Het is genieten van een ooievaar die door het weiland stapt, ik word er nog elke dag heel blij van!"

STER reclame