Bouwmaterialen zijn nog steeds niet duurzaam. Bouwers halen hun neus op voor milieuregels en na 25 jaar duurzaamheidsbeleid is er in feite niets bereikt. Dat is de conclusie die Cobouw-journalist Thomas van Belzen trekt in zijn boek Duurzaamheidsoorlog, dat vandaag verschijnt.

De bouwsector heeft de regels voor ecologisch verantwoord bouwen en verbouwen veelvuldig veranderd en dat niet altijd ten gunste van het milieu. "Producten waarbij aardolie wordt gebruikt, zowel in de productiefase als bij het transport, krijgen vaak ten onrechte het kenmerk duurzaam", zegt Van Belzen. "Die term stelt niets meer voor."

Van Belzen vertelt bij ondernemer Peijnenburg in Heusden, die handelt in bouwmaterialen, dat er veel op het spel staat. "Het is een markt waar jaarlijks 60 miljard euro in omgaat, we praten over veel geld en grote belangen."

Schapenwol

Peijnenburg kan daar over meepraten. "Het is moeilijk om als kleine ondernemer duurzame producten aan de man te brengen. Veelal worden de regels zo ingewikkeld gemaakt, dat je er niet tussenkomt."

Als voorbeeld neemt hij schapenwol, een duurzaam isolatiemiddel dat onder meer bij monumenten prima gebruikt kan worden. "Maar schapenwol staat laag op de lijstjes in duurzaamheidsland", vult Van Belzen aan. "En dus is er nauwelijks vraag naar bij bouwers die zich op de lijstjes baseren."

"Struikelen over labels"

De regels voor wat duurzaam is en wat niet, zijn volgens de schrijver lastig. "Door die ingewikkelde regelgeving is het voor kleine ondernemers die iets nieuws te bieden hebben op het gebied van duurzaamheid moeilijk om ertussen te komen. En die regels worden door de sector zelf opgesteld; daar gaat een zelfbeschermende werking vanuit."

"Iedereen kan nu zeggen dat zijn product duurzaam is. Je struikelt over de labels die duurzaamheid beloven, maar dat woord zegt niks meer. Waar we naar toe moeten zijn producten waar van je van op aan kan en fabrikanten die nakomen wat ze beloven."

STER reclame