Het allerergst vinden ze dat ze mensen aan de poort moeten weigeren. De ebolakliniek van Artsen zonder Grenzen in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia heeft veel te weinig plek, constateert correspondent Kees Broere. Bij het hek van de kliniek ziet hij mensen die wanhopig roepen dat ze naar binnen willen.

"De poort gaat maar een paar uur per dag open, en dan zijn we alweer vol. Dat betekent dat we zieke mensen de toegang weigeren", zegt Stefan Liljegren, coördinator van de kliniek.

Hij vindt het het zwaarste onderdeel van zijn werk, nog zwaarder dan het afvoeren van de doden. "Om aan de poort te staan, hen aan te moeten kijken en te moeten zeggen: 'Sorry, maar wij kunnen u niet opnemen'... Terwijl zij bidden en smeken om binnen te komen. Want ze willen niet terug naar huis, waar ze de rest van hun families kunnen besmetten. Maar ik heb eenvoudig geen plek voor hen."

Amerikaanse militairen

Deze kliniek van Artsen zonder Grenzen heeft 160 bedden. In heel Monrovia zijn slechts 400 bedden, terwijl er minstens 1200 nodig zijn. De hulp die de Amerikaanse president Obama heeft aangeboden is dan ook meer dan welkom: 3000 Amerikaanse militairen zullen in Liberia extra klinieken gaan opzetten.

Hoewel gezondheidswerkers nu veel betere beschermingsmaatregelen nemen dan in het begin van de epidemie, blijft het gevaarlijk werk. Kees Broere: "Naar schatting tien procent van de ebolaslachtoffers zijn gezondheidswerkers. Artsen, verpleegkundigen en anderen, zoals chauffeurs van ziekenwagens. Mensen die zijn gestorven bij de poging het leven van andere mensen te redden."

Toch was het voor de Belgische verpleegkundige Greet Geenen vanzelfsprekend dat ze naar de kliniek van Artsen zonder Grenzen in Liberia ging. "Ik had het gevoel: ik móet die mensen helpen. Ik heb 12 jaar geleden de training gedaan en nooit de mogelijkheid gehad om het in de praktijk om te zetten."

Bananenpakken

Ze zou zo graag nog méér willen doen. Maar dat gaat niet in de 'bananenpakken', zoals ze hun beschermingspakken noemen. "Jammer genoeg kunnen we niet langer binnen blijven, omdat je zo zweet", zegt Geenen. "Je hebt zoveel water nodig, dus je hebt elke keer maar één á twee uur de tijd om iets te doen. En dat is telkens te weinig."

En dan kunnen ze de patiënten nog niet eens genezen, want er bestaat geen medicijn tegen ebola. De artsen en verpleegkundigen kunnen alleen de ellende verlichten, met paracetamol tegen de koorts en ORS tegen de diarree.

Maar de meeste patiënten verlaten de kliniek dood, ingepakt in dikke lagen plastic, elke laag bespoten met chloor - want net na het overlijden is het besmettingsgevaar het grootst. Zo maken ze plaats voor nieuwe patiënten, die elke dag aan de poort staan te smeken om binnen te mogen.

STER reclame