Niemand binnen of buiten de Nederlandse Zorgautoriteit is zich bewust geweest van de ernst van de situatie waarin NZa-medewerker Arthur Gotlieb zich bevond. Gotlieb, die eind januari een einde aan zijn leven maakte, heeft zelf onvoldoende aangegeven wat hem dwars zat en zijn leidinggevenden misten de vaardigheden en de empathie om zijn problemen te herkennen. Er zijn geen aanwijzingen dat hij opzettelijk is gepest.

Dat concludeert de commissie die heeft onderzocht hoe de NZa is omgegaan met Gotlieb. De onderzoekscommissie is ingesteld door minister Schippers en stond onder leiding van Staatsraad Hans Borstlap.

Bezwaarschrift

Arthur Gotlieb had op 10 januari bij zijn hoogste baas een bezwaarschrift van 600 pagina's ingeleverd tegen een slechte beoordeling. Hij zat toen ziek thuis. In het dossier beschreef Gotlieb uitvoerig hoe hij in de loop der jaren steeds meer werd genegeerd en dwarsgezeten. Dat leidde bij hem tot grote stress. Twee weken na het inleveren van zijn bezwaarschrift pleegde hij zelfmoord.

De commissie Borstlap presenteert haar bevindingen morgen, maar de NOS en NRC Handelsblad kennen het eindrapport al.

In de steek gelaten

De commissie beschrijft hoe Gotlieb, die jarenlang prima functioneerde, de dupe werd van veranderingen binnen de organisatie. Hij kreeg voortdurend met andere leidinggevenden te maken. Hij werd opgescheept met steeds meer werk, maar werd niet begeleid.

Functioneringsgesprekken werden niet of veel te laat gevoerd en na 2010 voelde hij zich meer en meer uitgesloten. Aan de personeelsafdeling had hij ook niets, want die was alleen gericht op ondersteuning van het management. Na een slechte beoordeling schreef Gotlieb het vuistdikke bezwaarschrift.

Privé-e-mail

In een reconstructie van de gebeurtenissen beschrijft de commissie hoezeer de leiding van de NZa in januari van dit jaar werd overrompeld door Arthurs dossier. Bestuursvoorzitter Theo Langejan en diverse managers wisselden via hun privé-e-mail (uit vrees voor ongewenste meelezers) van gedachten over de vraag hoe ze met Arthur moeten omgaan. Aanvankelijk wisten ze niet in welke gemoedstoestand hij verkeerde.

Moest de bezwaarprocedure worden gevolgd of moest er een reïntegratietraject worden gestart? Theo Langejan koos voor reïntegratie en wilde snel een gesprek met Gotlieb. Dat afspraak werd vastgesteld op 28 januari. Een week daarvoor ging hij weer aan de slag.

Wapen

Intussen waren er zorgen over de terugkeer van Arthur bij de NZa. Sommige leidinggevenden vragen zich af of de kans bestaat dat Arthur zichzelf of anderen iets zou kunnen aandoen. Een van hen vraagt zich af hoe het kan dat iemand kennelijk al drie jaar onder zijn werk lijdt en daarvoor medicijnen slikt, zonder zijn problemen met iemand te delen.

Er wordt zelfs even rekening mee gehouden dat hij met een wapen het gebouw binnen kan komen. Maar tijdens de eerste korte werkdag blijkt niets van een dergelijk gevaar.

Na twee dagen reïntegratie verschijnt Arthur niet meer op zijn werk. Op 24 januari ontdekt de politie dat hij een eind aan zijn leven heeft gemaakt. Op het kastje lagen naast elkaar vier usb-sticks. Daarop stond de digitale versie van zijn klaagschrift, bedoeld om gevonden te worden.

STER reclame