Duitse politie- en veiligheidsdiensten hebben in het onderzoek naar de NSU-moorden zoveel fouten gemaakt, dat je van sabotage kunt spreken.

Dat concludeert de parlementaire onderzoekscommissie in de Duitse deelstaat Thüringen. De commissie deed onderzoek naar de vraag hoe drie neonazi's tussen 2000 en 2007 ongestoord tien mensen konden vermoorden zonder dat de politie of veiligheidsdiensten hen op het spoor kwamen.

Bomaanslagen

De drie uit Thüringen afkomstige leden van de Nationalsozialistischer Untergrond (NSU) worden verantwoordelijk gehouden voor de moord op acht Turken, een Griek en een politieagente. Ook zouden ze twee bomaanslagen en vijftien bankovervallen hebben gepleegd.

Het bijna 1900 pagina's tellende eindrapport stelt dat de opsporingsautoriteiten fout op fout hebben gestapeld. Paradoxaal genoeg kwam dat mede doordat de binnenlandse veiligheidsdienst BvF goed in het Oost-Duitse neonazi-milieu was geïnfiltreerd. De dienst was als de dood dat de identiteit van infiltranten door samenwerking met de politie in gevaar zou komen. De onderzoekers denken daarom dat de dienst het politieonderzoek actief heeft tegengewerkt.

Zelfmoord

Het was aan de NSU-leden zelf te danken dat de politie hen uiteindelijk in 2011 op het spoor kwam. De twee mannen pleegden zelfmoord toen ze door de politie werden gezocht voor een bankoverval.

In een poging bewijsmateriaal te vernietigen stak het overgebleven vrouwelijke lid, Beate Zschäpe, daarna hun woning in Zwickau in brand. Uit de daar gevonden documenten en wapens blijkt dat het drietal vrijwel zeker voor de moorden en aanslagen verantwoordelijk is geweest. Het proces tegen Zschäpe loopt nog.

Bondsdag

Een onderzoekscommissie van het nationale parlement, de Bondsdag, uitte vorig jaar al kritiek op de falende Duitse veiligheidsdiensten in de NSU-kwestie.

STER reclame