Vanmiddag rond 16.00 uur komen de eerste lichamen van de slachtoffers aan in Nederland. De stoffelijke overschotten worden van de vliegbasis Eindhoven naar de Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum gebracht. Daar staan teams van het Landelijk Team Forensische Opsporing (LTFO) klaar om ieder slachtoffer een naam en een identiteit te geven. In het team van het LTFO zitten ook medewerkers van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Het LTFO heeft als voordeel dat het in elk geval weet wie aan boord van het toestel waren. Dankzij een gedetailleerde passagierslijst en gegevens over wie op welke stoel in het toestel zat. Die gegevens heeft het opsporingsteam in Oekraïne aan het LTFO doorgegeven.

Uiterlijk

Familierechercheurs hebben de afgelopen dagen informatie kunnen verzamelen bij familieleden van de slachtoffers. Gegevens over de oog- en haarkleur, of iemand dik, dun, jong, oud, man of vrouw is. Foto's van de slachtoffers helpen uiteraard, vooral als ze vlak voor vertrek zijn genomen en een indicatie kunnen geven over de kleding en het schoeisel dat het slachtoffer op het moment van de crash droeg.

Er wordt goed gekeken naar uiterlijke kenmerken: bouw, moedervlekken, tatoeages, littekens, protheses of andere opvallende fysieke kenmerken. Ook worden medische gegevens gebruikt, zoals medicijngebruik, dat chemische sporen achterlaat.

DNA

"Maar met name bij de lichamen die ernstig beschadigd zijn, ga je tandartsgegevens vergelijken en vingerafdrukken afnemen", zegt forensisch patholoog Frank de Groot tegen de NOS. "En als je nog minder hebt, dan ga je DNA-onderzoek doen."

Gebitsgegevens worden bij tandartsen opgevraagd en in databanken wordt gezocht naar vingerafdrukken van de slachtoffers. DNA van het slachtoffer kan van een thuis achtergelaten kam met haren komen. Maar ook de DNA-gegevens van levende, eerstegraads familieleden kunnen met die van de slachtoffers worden vergeleken: familieleden hebben erfelijke overeenkomsten in hun DNA-profiel.

Doordat bij de ramp met vlucht MH17 soms hele gezinnen zijn omgekomen, moeten de gegevens met familieleden worden vergeleken die verder afstaan van het slachtoffer, zoals neven of nichten. Tegenwoordig is dat goed mogelijk dankzij speciale software die zich al bij de Tripoli-ramp in 2010 heeft bewezen.

Alle onderzoeksgegevens worden geregistreerd en met een speciaal computerprogramma met elkaar vergeleken. Als dat tot een match leidt, is een slachtoffer geïdentificeerd.

Onderzoeksteam

Een onderzoeksteam van het NFI bestaat uit DNA-verwantschapsdeskundigen, mensen die ervaring hebben met het vergelijken van DNA-profielen van familieleden, en mensen die de speciale rekenprogramma s kunnen bedienen.

Het kan twee tot drie dagen duren om een slachtoffer te identificeren. In totaal zal de identificatie van alle slachtoffers waarschijnlijk maanden in beslag nemen.

Het NFI krijgt assistentie van forensische experts uit landen als Australië, Duitsland, België en Maleisië om ook vermisten uit die landen te kunnen identificeren. Dat hoeft niet per se tot een snellere identificatie te leiden, omdat niet in alle landen even gemakkelijk gebitsgegevens op te vragen zijn als in Nederland.

Waarom Hilversum?

De Korporaal van Oudheusdenkazerne in Hilversum wordt normaal gesproken gebruikt door het Instituut Defensie Geneeskundige Opleidingen, waar alle geneeskundige opleidingen voor het leger worden verzorgd.

Naast alle geneeskundige apparatuur en faciliteiten, beschikt het complex over grote loodsen en kunnen de onderzoekers in alle rust, afgesloten van de buitenwereld, hun werk doen.

STER reclame