Srebrenica: dodelijke zomer van '95

tijd van publicatie Aangepast

"Ten minste 7500 vermiste moslims, vrijwel allen omgekomen. Ongeveer 6000 van hen afgeslacht bij massa-executies. Het zijn de gevolgen van de inname van de door de VN uitgeroepen 'safe area' Srebrenica door het Bosnisch-Servische leger." Dat zei voormalig NIOD-directeur Hans Blom tijdens de presentatie van het NIOD-rapport over de val van de moslim-enclave op 11 juli 1995. Een reconstructie van de gebeurtenissen.

Begin juli

Begin juli 1995 trekken ongeveer 2000 Bosnische-Servische troepen van het beruchte Drina Korps zich samen langs de grenzen van de enclave, die bestaat uit Srebrenica-stad en het omliggende gebied. Op dat moment hebben ze nog geen plannen om de hele enclave te veroveren, blijkt uit later ontdekte documenten.

Ook verschillende militaire inlichtingendiensten rapporteren tot op de dag van de val dat het de Serviërs vooral te doen was om de controle te krijgen over het strategisch belangrijke zuidelijke deel van de enclave.

6 - 8 juli

Bosnisch-Servische soldaten trekken de grens van de enclave over: de aanval begint. De stad Srebrenica komt onder vuur te liggen en Nederlandse observatieposten worden belegerd en beschoten. Eén voor één vallen ze in handen van de aanvallers. Nederlandse militairen, Dutchbatters, worden gegijzeld en naar Servisch gebied overgebracht.

In de enclave vragen moslimstrijders vergeefs de wapens terug die zij eerder van de Dutchbatters moesten inleveren. Op 6 juli vraagt Dutchbat-bevelhebber overste Karremans voor het eerst luchtsteun aan. Dat zal hij in de daaropvolgende dagen nog een aantal keren doen, maar hij krijgt steeds nul op het rekest. De VN en de NAVO die voor de luchtsteun moeten zorgen, zijn dan nog niet goed op de hoogte van de situatie in de enclave.

9 juli

De Bosnische Serviërs, aangemoedigd door het ontbreken van tegenstand, versnellen hun opmars tot op 1 kilometer van Srebrenica-stad. Meer Nederlandse observatieposten vallen en duizenden moslims in de enclave vluchten naar Srebrenica-stad.

Dutchbat besluit een blokkade op te werpen aan de zuidkant van de stad. De Nederlanders nemen zich voor terug te schieten als de Serviërs ook deze 'vesting' onder vuur nemen. Een nieuw verzoek om luchtsteun wordt afgewezen.

10 juli

De Nederlandse blokkade schrikt de Bosnische Serviërs niet af. Dutchbat schiet als waarschuwing over de Servische stellingen, maar gericht vuur blijft uit. Gedurende de aanval wordt er geen enkel schot op een Serviër gelost.

Eindelijk ontvangt Karremans een positief antwoord op zijn vraag om luchtsteun. Hij krijgt de toezegging dat de volgende ochtend vanaf 07.00 uur veertig Servische doelen worden gebombardeerd. 's Avonds laat trekken honderden moslimstrijders de bergen in en verlaten de enclave.

11 juli 's ochtends

's Ochtends wachten de Dutchbatters in de bunkers vergeefs op de toegezegde luchtaanvallen. Tussen 07.00 en 10.00 uur roept Dutchbat wederom de hulp van de NAVO-piloten in, maar de toestellen zijn al te lang in de lucht en moeten omkeren om te tanken.

Later blijkt dat er geen luchtsteun is verleend omdat er bij het verzoek, dat per telefoon is gedaan, miscommunicatie is ontstaan ergens tussen Srebrenica, Tuzla (het VN-commando van de Noord-Oost sector in Bosnië), Sarajevo (het hoofdkwartier van UNPROFOR Bosnië-Herzegowina) en Zagreb (het hoofdkwartier van alle VN-eenheden in ex-Joegoslavië). Een nieuw verzoek zou daarna op een verkeerd formulier zijn aangevraagd.

De Bosnische Serviërs, die net als de Nederlandse blauwhelmen in de ochtenduren een bombardement verwachtten, hervatten om 11.00 uur de aanval.

11 juli 's middags

In het begin van de middag trekken de Bosnische Serviërs Srebrenica-stad binnen en hijsen om 14.07 uur de vlag van de Servische Republiek. De exodus van tienduizenden moslimvluchtelingen naar het vijf kilometer noordelijker gelegen Nederlandse basiskamp in Potocari is in volle gang.

Pas om 14.40 uur duiken NAVO-bommenwerpers op boven de enclave. Twee bommen vallen op Servische stellingen.

De Servische generaal Mladic, die zojuist in triomf de stad is binnengetrokken, dreigt de Nederlandse gijzelaars te doden en Potocari te bombarderen als de NAVO-actie niet per direct wordt gestaakt. Hij krijgt zijn zin. Naar verluidt belt de Nederlandse minister van Defensie Voorhoeve met de VN-top om de onmiddellijke stopzetting van de luchtaanvallen te eisen.

Circa 20.000 moslims zijn aangekomen in Potocari. Het basiskamp biedt ruimte voor maar 5000 mensen, de rest moet buiten het kamp zijn bivak opslaan. Ook de resterende Nederlanders in Srebrenica, 450 van de oorspronkelijke 700, vertrekken naar Potocari.

De meeste moslimmannen vluchten de bossen en de bergen rond Srebrenica in. Hun doel is Tuzla, 50 kilometer ten noordoosten van Srebrenica. Duizenden zullen de stad nooit bereiken. Zij worden bestookt met Servische mortieren en velen worden gevangen genomen. De massa-executies beginnen.

11 juli 's avonds

's Avonds wordt overste Karremans ontboden door generaal Mladic. In hotel Fortuna in de Servische stad Bratunac wordt de Nederlandse bevelhebber in twee gesprekken de oren gewassen. Daar worden de beelden gemaakt van een nerveuze Karremans ("don't shoot the piano player") die met Mladic sigaretten rookt (Mladic: "neem gerust een sigaret, het zal niet uw laatste zijn") en het glas heft.

13 juli

Twee dagen later worden de moslimjongens en -mannen die naar Potocari zijn gevlucht gescheiden van de vrouwen en kinderen en afgevoerd. Dit gebeurt onder de aanwezigheid van de Nederlandse Dutchbatters. De Serviërs beloven dat de moslims geëvacueerd worden. Later blijken ze vermist en geëxecuteerd.

STER reclame