Er vertrekken meer jonge moslims naar Syrië en Irak dan de overheid op dit moment weet. "Het is maar een heel klein groepje ouders dat aan de bel trekt en zegt: mijn kind is naar Syrië vertrokken." Dat zegt het voormalige Arnhemse gemeenteraadslid Malika Elmouridi.

Volgens Elmouridi schamen veel ouders zich ervoor dat hun kind afreist. Ze zijn bang vanwege het taboe op radicalisering. Elmouridi is nu medewerker van de Gelderse adviesorganisatie voor sociale vraagstukken Spectrum. Ze heeft veel contact met familieleden van Syriëgangers.

De AIVD maakte vandaag bekend dat er ongeveer 130 jongeren uit Nederland naar Syrië en Irak zijn afgereisd. Van hen zijn er veertien overleden, dertig zijn er teruggekeerd.

Beïnvloedbaar

Elmouridi kent veel ouders van geradicaliseerde jongeren. De gezinnen waar deze jongeren vandaan komen zijn volgens haar niet radicaal.

Er is niet één concrete oorzaak aan te wijzen waardoor hun kinderen radicaliseren. Wat ze gemeen hebben is dat ze "gigantisch beïnvloedbaar" zijn. Vaak hebben ze een moeilijke jeugd gehad, wat blijkt uit contacten met jeugdzorg en uithuisplaatsingen.

Doodsberichten

Volgens Elmouridi schrikken ouders van vertrokken jongeren niet als ze van de AIVD het bericht krijgen dat hun kind is overleden. Op het moment dat een jongere naar oorlogsgebied vertrekt, gaan de ouders al een soort rouwproces in. Ze weten dat het bericht kan komen dat hun kind is overleden, zegt ze.

Op het moment dat het nieuws komt, zetten zij een punt achter dat rouwproces. "Het is dus niet shockerend, absoluut niet", aldus Elmouridi.

STER reclame