Nabestaanden van een Iraakse man die in 2004 bij een Nederlands checkpoint in Irak werd doodgeschoten, hebben bij het Europese Hof aangifte gedaan tegen een medewerker van de marechaussee.

De familieleden beschuldigen de marechaussee van meineed en valsheid in geschrifte. Zo zou er bewust relevante informatie uit het dossier zijn weggelaten om de Nederlandse militaire verdachte vrij te pleiten.

Het dodelijk schietincident incident vond in april 2004 plaats bij een Nederlandse controlepost. De Iraakse man kwam om het leven toen de auto waarin hij zat door de wegversperring reed en vervolgens onder vuur werd genomen.

Iraakse kogel

Aanvankelijk werd een Nederlandse luitenant als verdachte aangemerkt. Hij had 28 keer op de auto geschoten.

Toch werd de zaak geseponeerd omdat het slachtoffer volgens het Openbaar Ministerie vermoedelijk was gedood door een Iraakse kogel.

Het hof in Arnhem wees vier jaar later de eis van de nabestaanden, dat het OM alsnog de militair moest vervolgen, af. Volgens het hof, dat zich baseerde op het onderzoek van de marechaussee, was het aannemelijk dat Iraakse militairen waren begonnen met schieten.

Nieuwe verklaringen

Onlangs zijn echter verklaringen van elf Iraakse militairen opgedoken die tot nu toe ontbraken in het dossier.

Uit deze verklaringen blijkt volgens advocaat Liesbeth Zegveld, die de vader van de omgekomen man bijstaat, dat de Iraakse militairen niet op de auto hebben geschoten en dat het slachtoffer door Nederlandse kogels om het leven moet zijn gekomen.

De verklaringen van de Iraakse militairen zaten volgens het OM niet in het dossier, omdat ze geen relevante informatie bevatten. Zegveld denkt dat de informatie bewust is achtergehouden om de schuld op de Iraakse militairen te kunnen schuiven.

Volgens haar had het hof in Arnhem in 2008 een andere beslissing genomen als de verklaringen van de Iraakse militairen bekend waren geweest. Ze heeft nu een procedure aangespannen bij het Europese Hof in Straatsburg.

STER reclame