"Het is heel zwaar. Dik 250 kilometer. Alleen maar draaien en keren, met heel veel lastige klimmetjes." Dat is, volgens Wout Poels, in het kort de 49ste editie van de Amstel Gold Race. Met aan het einde een Nederlandse winnaar.

Die Nederlandse zege is welhaast statistische logica. Want: de vorige keer dat er een Nederlander won in Parijs-Roubaix, won niet veel later (dertien dagen) ook een Nederlander de Amstel Gold Race. Waar het destijds om Servais Knaven en Erik Dekker ging, gaat het in 2014 om Niki Terpstra en... misschien wel Tom Dumoulin.

"Of ik mezelf ooit de Amstel Gold Race zie winnen? Ja", klinkt het resoluut uit de mond van de Maastrichtenaar. "Maar niet dit jaar", zegt hij er snel achteraan. "Dit jaar is nog te hoog gegrepen. Voor jonge renners is de afstand lastig. Een plaats in de toptien kan al lastig zijn. Maar ik ga er wel voor", zegt de 23-jarige Giant-Shimano-renner.

"De Amstel zag ik als kleine jongen"

Zijn ploeg heeft hem de status van kopman meegegeven, naast de Duitser Simon Geschke en de Belg Dries Devenyns. De Gold Race is ook de enige koers die Dumoulin met rood omcirkeld heeft op zijn kalender. "De Tour is internationaal groter, maar de Amstel heeft voor mij persoonlijk veel meer. Het is de enige koers die ik als kleine jongen altijd zag. Ik was vroeger helemaal niet zo geïnteresseerd in wielrennen, maar in de Amstel wel. De finish was bijna naast de deur."

Dumoulin woont nog altijd in Maastricht. "Omdat ik de boel wil blijven relativeren. Omdat ik nog zoveel mogelijk normaal wil blijven leven." Kortom; hij bereid zich voor op een alsmaar groter wordende status als toprenner. "Ik wil heel veel laten voor het wielrennen, maar ik wil mezelf er niet helemaal in verliezen. Ik wil ook om me heen blijven kijken."

"Mezelf verbeteren"

Op de vraag of hij wielrennen eigenlijk wel altijd een leuke sport vindt, antwoordt Dumoulin verrassend genoeg ontkennend. "Nee, maar ergens zit er een drijfveer, waardoor ik het toch wel heel erg leuk vind. Ik denk dat de grootste drijfveer is dat ik mezelf steeds kan verbeteren."

In de Gold Race is het voor hem niet moeilijk zich te verbeteren. De 46ste plaats is zijn beste resultaat. "Alle heuvelklassiekers zou ik in principe goed moeten aankunnen. Het is me alleen al twee jaar niet gelukt om daar goed te zijn. Ik was flink ziek in het voorjaar van 2013 en ik kreeg er een knieblessure overheen."

Poels, Slagter

Een andere Limburger die mikt op een goed resultaat zondag is Wout Poels. De in Venray geboren Limburger is in vorm. "Het gaat hartstikke goed. Ik won vorige week een rit in het Baskenland. De conditie is goed." Of hij zondag iets kan uitrichten is de vraag.

Poels rijdt sinds januari voor Omega Pharma - Quick-Step, de formatie van outsider Michal Kwiatkowski. "We moeten met de ploeg kijken wat de tactiek is."

Tom-Jelte Slagter zit in een wat luxere positie. De Groninger zal voor zijn eigen kans kunnen gaan, aangezien de andere kopman binnen de ploeg, Daniel Martin, zijn vizier meer richt op de Waalse Pijl en Luik-Bastenaken-Luik. Slagter heeft gezien zijn rappe benen een goede kans als hij na de Cauberg met een klein groepje mag gaan sprinten om de zege. Hij klopte in Parijs-Nice wereldtoppers als Rui Costa in de sprint, maar in het Baskenland moest hij zijn meerdere erkennen in onder anderen Kwiatkowski en de topfavoriet voor zondag, Alejandro Valverde.

Mollema

Bauke Mollema is de vierde en laatste echte kanshebber om Erik Dekker op te volgen. Hij heeft zijn zinnen gezet op een hoge notering. "Een plaats in de topvijf zou heel mooi zijn", aldus de Belkin-kopman, die bij zijn laatste twee deelnames telkens als tiende eindigde. Ook Mollema is niet traag als het aankomt op een sprint, maar tegen renners als Valverde, Kwiatkowski, Simon Gerrans en Philippe Gilbert moet ook hij het afleggen. Zijn beste kans? Demarreren voor de laatste beklimming van de Cauberg. Net als Roman Kreuziger in 2013.

Favorieten

***** Valverde**** Gerrans, Kwiatkowski, Gilbert*** Rodríguez** Slagter, Gallopin * Poels, Mollema, Cunego, Kreuziger

STER reclame