"De nazi's hadden hem ook gedood"

Aangepast

Op 21 maart 1952 werd Andries Jan Pieters gefusilleerd, de laatste Nederlander die voor het vuurpeloton kwam. In de nadagen van de Tweede Wereldoorlog leidde hij een SS-commando dat met bruut geweld martelde, verkrachtte en uiteindelijk negen mensen doodde.

"De rechters die hem na de Tweede Wereldoorlog berechtten, zeiden dat het de ergste misdaden waren die ze onder ogen kregen", zegt NOS-journalist Stijn Wiegerinck, die het boek Het commando-Pieters schreef. "En het was zo'n beetje de laatste zaak die ze behandelden, dus ze hadden al wat excessen gezien."

Gefrustreerd

Pieters was geboren in Nederlands-Indië, zoon van een strenge zendeling die verbitterd naar Nederland werd teruggehaald wegens wanbeleid. Een meubelzaak die zijn vader in Groningen begon ging failliet, door "Jodemensen", zei Pieters na de oorlog.

"Pieters was een gefrustreerde man. Dat begon al in zijn jeugd, toen hij niet met de inheemse kinderen mocht spelen. Zijn leven was een opeenstapeling van mislukte projecten, een mislukt huwelijk, foute keuzes."

Uiteindelijk kwam hij zo voor de Duitsers aan het Oostfront terecht. Nadat hij daar gewond was geraakt, had de SS een bijzondere opdracht voor hem, die hem terug zou voeren naar Nederland.

Guerrilla

Tegen het einde van de oorlog stuurde SS-leider Himmler kleine groepen met SS'ers terug naar hun vaderland om een guerrillaoorlog op te zetten. Pieters kreeg een vrijbrief om te doen wat hij nodig achtte in de strijd tegen de vijand.

De groepen opereerden onder leiding van de gevreesde SS-legende Skorzeny, de man die Mussolini had bevrijd. Volgens het propagandapraatje waren het elite-eenheden. "In werkelijkheid was daar niks van waar. De oorlog was zo ver gevorderd dat de keuze beperkt was en er was geen tijd meer om een goede training te geven."

Moordhol

Met een groep van ongeveer dertig man nam Pieters op 7 april intrek in het kasteel Groot Engelenburg, in Brummen. In een paar dagen vulde hij de kelder van het kasteel met mensen waarvan hij vermoedde dat ze de bezetter tegenwerkten. Door marteling probeerde hij meer informatie los te krijgen. Zo sloeg Pieterse bij één gevangene een spijker van zeven centimeter onder de nagel van zijn grote teen.

"Het was er een moordhol. Doorlopend klonk er gillen, het schreeuwen van mannen die geslagen, geschopt, kortom gefolterd werden", herinnerde een gevangene later.

Toen de geallieerden oprukten naar Brummen, schoot het commando acht gevangenen dood. Hun lichamen werden later gevonden in de slotgracht rond het kasteel.

Bloed oplikken

Pieters reisde om nooit opgehelderde redenen door naar Loosdrecht, misschien alleen maar omdat hij van zeilen hield. Hier commandeerde hij het café-restaurant Het Witte Huis en herhaalde het ritueel zich.

Rond Loosdrecht werden 33 mensen opgepakt, onder wie een compleet Joods onderduikersgezin. Opnieuw volgden brute martelingen. Pieters gebruikte gummiknuppels, sigarettenpeuken, zelfs ruitersporen. De Joodse echtelieden werden in elkaars bijzijn gefolterd om hen door te laten slaan. Bloed dat op de grond viel, moest een gevangene zelf weer oplikken.

De Joden werden extreem sadistisch behandeld. De 19-jarige Lion Polak vond de dood toen hij na een uitputtende middag met zijn hoofd omlaag de kelder werd ingesmeten.

Machtsstrijd

Inmiddels waren de geruchten over de martelingen ook doorgedrongen tot de Duitse leiding in Nederland. Terwijl de geallieerden steeds verder oprukten, ontstond er een machtsstrijd tussen Pieters en de hoogste SS'er in ons land, Karl Schöngarth.

"Hij gaf Pieters opdracht ermee op te houden en zijn eenheid te ontbinden. Pieters negeerde dat, meerdere keren zelfs, omdat hij zich op zijn volmacht van Himmler kon beroepen. Pas na twee weken liet Schöngarth Pieters oppakken."

"Pieters had van de Duitsers ook de kogel gekregen, maar dan voor desertie."

Gratieverzoek

Uiteindelijk waren het niet de Duisters maar de Nederlanders die Pieters executeerden. Kort nadat hij was opgepakt, gaven de Duitsers in Nederland zich over. Van de 14.562 zaken die na de oorlog door bijzondere gerechtshoven werden behandeld, was Pieters een van de 152 terdoodveroordeelden.

Misschien rekende Pieters erop toch de doodstraf te kunnen ontlopen. Omdat men de oorlog achter zich wilde laten en de nieuwe koningin fel tegenstander van de doodstraf was, kreeg het overgrote deel van de terdoodveroordeelden gratie, 101 keer.

Ook Pieters deed een gratieverzoek. Hij wees op zijn slechte jeugd en zei dat hij handelde uit misplaatst plichtsbesef, omdat hij meende het bolsjewisme te bestrijden. Het was een "woedende psychose" geweest waardoor hij landgenoten had gemarteld.

Ten onder

Uiteindelijk waren de vergrijpen in het zicht van de Bevrijding te ernstig geweest om te vergeven. De doodstraf van Pieters bleef staan. Op die maartse dag in 1952 werd hij in de Haagse duinen gedood.

Blijft de vraag waarom Pieters, die geweten moest hebben dat de oorlog verloren was, die laatste maand zo gewelddadig te werk ging. Auteur Wiegerinck denkt dat frustratie en stress daarvan de oorzaak zijn geweest. "Misschien was er een gevoel van: als wij ten onder gaan, dan nemen we ook zo veel mogelijk anderen mee."

Het commando-Pieters - Stijn Wiegerinck - Aspekt - ISBN: 9789461534255

STER Reclame