"Meer rechten voor huishoudhulp"

Aangepast

Huishoudelijk werkers die met publiek geld worden betaald, bijvoorbeeld uit een persoonsgebonden budget, moeten meer rechten krijgen. Om hun positie te verbeteren is veel geld nodig. Als de overheid niet bijspringt is de kans groot dat mensen uitwijken naar het zwarte circuit.

Een commissie onder leiding van oud-staatssecretaris Kalsbeek bood het kabinet vandaag een rapport aan met adviezen om de regeling te veranderen.

Uniek

Bij de 'Regeling dienstverlening aan huis' zijn werkgevers en werknemers uitgezonderd van de gebruikelijke arbeidsvoorwaarden. De werkgever hoeft aan minder regels te voldoen en kan daardoor goedkoper en eenvoudiger werk uitbesteden.

De keerzijde is dat de rechtspositie van de werknemer slechter is dan bij een normaal contract. Zo is bij ziekte slechts recht op zes weken doorbetaling van het loon, in plaats van twee jaar.

De regeling is in strijd met een internationaal verdrag van de International Labour Organization (ILO) uit 2012. Daarin staat dat rechten van huishoudelijk werkers niet slechter mogen zijn dan rechten van andere werknemers. Omdat Nederland doorgaans wil voldoen aan ILO-verdragen werd de commissie Kalsbeek ingesteld om onderzoek te doen. Zij kwam vandaag in een rapport met verschillende opties.

Gedeeltelijk afschaffen

Het belangrijkste advies van de commissie is om de regeling af te schaffen voor dienstverlening die door de overheid wordt betaald. In dat geval zouden mensen met een persoonsgebonden budget hun huishoudelijke hulp volgens de normale - witte - weg moeten inhuren. Dat kost zoveel geld dat de verwachting is dat de hulpen dan in het zwarte circuit terechtkomen. In dat geval hebben ze nog minder rechten dan ze nu hebben.

De commissie geeft als oplossing van dat probleem dat de overheid die extra kosten kan compenseren. Als de overheid bijspringt, zullen mensen minder snel uitwijken naar het zwarte circuit. Deze subsidies kunnen oplopen tot 200 miljoen.

Volledig afschaffen

Voor het private deel van de markt ligt de situatie volgens de commissie anders. Daar is de overheid niet direct betrokken bij de financiering. Toch zou ook de regeling hier moeten worden afgeschaft als Nederland wil voldoen aan het ILO-verdrag.

Ook hier verwacht de commissie dat mensen hun schoonmakers niet 'wit' zullen inhuren zonder dat de overheid met maatregelen en subsidies komt. Een optie zou de 'dienstencheque' kunnen zijn. Met dat voorstel kwam vakbond FNV begin dit jaar ook. Een andere mogelijkheid is een systeem van fiscale aftrek. Beide systemen zou de overheid ongeveer een miljard euro kosten.

Complex

"Dé oplossing bestaat niet", stelt de commissie. Om te voldoen aan het ILO-verdrag moet de volledige regeling worden afgeschaft. In dat geval zullen veel huishoudelijke hulpen in het zwarte circuit terecht komen. Dat kan alleen voorkomen worden door een grote financiële bijdrage van de overheid. Als daarvoor gekozen wordt, dan adviseert de commissie om eerst experimenten uit te voeren. Als de regeling niet wordt afgeschaft zou de huidige regeling beter bekend moeten worden gemaakt.

Minister Asscher van Sociale Zaken laat weten dat het verbeteren van de rechten van huishoudelijk personeel erg complex is. Het kabinet gaat de aanbevelingen van de commissie bestuderen.

STER Reclame