Prestatiematrix bewijst waarde

time icon Aangepast

Met tientallen goede schaatsers en 'slechts' twintig beschikbare startplekken op de Olympische Spelen introduceerde de KNSB aan het begin van het seizoen de prestatiematrix. Dit ingewikkelde rekenmodel had maar één doel: met zo veel mogelijk medailles, en dan vooral goud van kleur, terugkomen uit Sotsji. En hoewel de kritiek groot was, heeft de matrix de eerste week van de Olympische Spelen zijn waarde al bewezen.

Nederland is bezig aan de succesvolste Winterspelen aller tijden. Technisch directeur en bondscoach Arie Koops trekt geen lange neus. "Ik denk nooit in termen van mijn gelijk halen'', zegt hij. "Ik denk meer in ambities en doelstellingen.''

Universiteit van Groningen

De KNSB ontwikkelde samen met de Universiteit van Groningen een rekenmodel, waarin werd berekend hoe groot de winstkansen van de Nederlandse schaatsers zouden zijn op alle afstanden bij de Olympische Spelen. De resultaten van vorig seizoen en dit seizoen stonden daarbij centraal. Omdat de Nederlandse schaatssters het op de 500 meter niet goed deden, stond die afstand laag geklasseerd op de matrix. De KNSB stuurde dan liever rijders naar Sotsji die op voorhand al nagenoeg zeker zouden zijn van een medaille, zoals op de vijf en tien kilometer voor mannen.

"We zijn in samenspraak met de commerciële teams tot dit systeem gekomen. Dat werkt goed, al kan het systeem hier en daar nog wat worden bijgesteld. Voorlopig zijn we iedere dag in de prijzen gevallen'', aldus Koops.

Professionalisering

Nederland heerst bij het langebaanschaatsen als nooit tevoren. Behalve aan de prestatiematrix is dat volgens Koops voor een groot deel ook te danken aan de toegenomen professionalisering. "De commerciële teams hebben echt gekozen voor hun eigen routes en schema's'', vertelt de bondscoach. "Die diversiteit is een belangrijke kracht en bewijst dat er niet één methode is om tot succes te komen. Ik geloof in de kwaliteit van onze coaches en begeleidingsteams.''

De medailleoogst van het Oranjeteam baart veel schaatskenners ook zorgen. Een mogelijk gevolg zou zijn dat de belangstelling voor en interesse in de sport, die internationaal al niet zo heel groot is, verder afneemt. Met als gevolg nog minder concurrentie. Oud-schaatsers als Bart Veldkamp en Jochem Uytdehaage gaven dezer dagen al aan dat Nederland de kennis met andere landen moet delen. Koops: "Andere landen moeten daar dan wel open voor staan. En het is nou ook weer niet zo dat de Nederlanders een half uur voor liggen. Het gaat om tienden en honderdsten.''

STER Reclame