Het werk van de waterschappen wordt steeds meer door burgers betaald. Boeren zijn sinds 2000 juist steeds minder gaan betalen, blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen in opdracht van Nieuwsuur.

De 24 waterschappen zijn verantwoordelijk voor onder meer veilige dijken, waterzuivering en ecologische projecten. Dat kost 2,5 miljard euro per jaar. Volgens Nieuwsuur is er sinds 2000 een lastenverschuiving gaande, waardoor burgers 650 miljoen euro meer zijn gaan betalen, en boeren 65 miljoen euro minder.

De lastenverschuiving is vooral te zien bij kosten voor het beheer van het watersysteem, waaraan de waterschappen jaarlijks 1,3 miljard euro uitgeven. Dat geld kwam in 2000 voor 70 procent van burgers en voor 30 procent van boeren; tegenwoordig is die verhouding 90/10.

Droge voeten

De Unie van Waterschappen zegt in een reactie dat burgers meer zijn gaan betalen omdat de waterschappen er veel taken bij hebben gekregen, juist in het belang van burgers: "We hebben een aantal maatregelen genomen om de burger droge voeten te garanderen en om de ecologie van het water te bevorderen."

Maar volgens Guus Beugelink, bestuurder van waterschap de Stichtse Rijnlanden, doen de waterschappen meer voor boeren dan voor burgers: "Je komt de waterschappen vooral tegen in het buitengebied", zegt hij in Nieuwsuur.

Succesvolle lobby

Ook onderzoeker Corine Hoeben van de Rijksuniversiteit Groningen vindt de verklaring van de Unie van Waterschappen niet geloofwaardig. Ze zegt dat ze nooit cijfers heeft gezien waaruit blijkt dat de waterschappen meer voor burgers zijn gaan doen. Volgens haar is de lastenverschuiving het gevolg van een succesvolle lobby van de boeren.

D66-Kamerlid Gerard Schouw wijst op de gegarandeerde zetels die agrariërs in de waterschapsbesturen hebben. Hij wil daarvan af. D66 wil opheldering van minister Plasterk, net als de SP, die de waterschappen wil opheffen. De PvdA zegt in een reactie dat boeren evenredig moeten meebetalen aan de kosten van de waterschappen.

STER reclame