Afspraken om het werk in kledingfabrieken in Bangladesh veiliger te maken, hebben nog weinig effect. Het grote aantal onderaannemers maakt het vrijwel onmogelijk om onveilige situaties in kledingfabrieken aan te pakken.

Een grote Bengalese vakbond zegt dat westerse kledingbedrijven de handel met onderaannemers toestaan. Wel eisen ze van de bedrijven die ze de orders gunnen dat in die fabrieken goede voorzieningen zijn. Maar toezicht daarop is er volgens de vakbond niet.

Nepproducten

NOS-correspondent Lucas Waagmeester was in de hoofdstad Dhaka in een fabriek waar volgens een manager onder meer broeken voor Tommy Hilfiger worden gemaakt.

Die manager kreeg de order via een tussenpersoon en heeft naar eigen zeggen nooit contact gehad met Hilfiger zelf. Ook is er volgens de manager nooit een vertegenwoordiger uit het buitenland in de fabriek geweest om de werkomstandigheden te controleren.

Hilfiger heeft de beelden gezien en laat weten dat het waarschijnlijk om nepproducten gaat.

"Praktijk in heel Zuid-Azië"

Ook voor andere grote merken worden door onderaannemers in Bangladesh broeken en kleren gemaakt. "Het is de praktijk in heel Zuid-Azië", zegt de vakbond. "Dat krijg je er niet zomaar uit."

Minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking reageert aan het einde van de middag. Ploumen bracht vorig jaar nog een bezoek aan kledingfabrieken in Bangladesh. Ook uitte ze felle kritiek op bedrijven die weigerden om het convenant voor betere werkomstandigheden te tekenen.

STER reclame