"Ze respecteren God noch gebod"

Aangepast

Het geweld in de Centraal Afrikaanse Republiek is zo uitzonderlijk dat er amper journalisten naar het gebied gestuurd worden. Sinds moslimrebellen er de macht overnamen, escaleert het geweld tussen islamitische Seleka-groepen en christelijke milities. Om zicht te krijgen op de situatie, belden we met een Belgische bisschop in het land.

De 74-jarige Bert Vanbuel vertrok 20 jaar geleden als missionaris naar de Centraal Afrikaanse Republiek. In 2005 werd hij benoemd tot bisschop van Kaga-Bandori.

Waar bent u precies?

"Wij zitten helemaal in het noorden, in de brousse (rimboe). Er is hier één telefoonlijn voor de hele stad, met ongeveer 60.000 inwoners. In het hele bisdom wonen er ongeveer 240.000. Dit gebied is qua oppervlakte ongeveer driemaal België, met vooral brousse, slechte wegen en heel arme mensen. En erger nog, altijd als er een opstand is of een staatsgreep, dan is Kaga-Bandori de weg om naar de hoofdstad te gaan. Dus wij krijgen heel veel bezoek van de opstandelingen."

Wat zijn de gevolgen daarvan?

"In december wilden de moslimrebellen naar de hoofdstad Bangui gaan, en hebben ze bij hun tocht in alle steden de overheidsgebouwen verwoest."

"Ook de landbouw bleef niet gespaard. Daardoor dreigt hier nu een hongersnood. De mensen hebben niet kunnen oogsten en binnen enkele maanden is er niets meer te eten."

"Er is heel veel geweld tegen de mensen. Vrouwen en meisjes worden hier voortdurend verkracht. Mensen die weerstand bieden worden afgemaakt, met een machete of met een geweer. Er zijn hier al heel veel doden gevallen."

Wat is het vooruitzicht?

"Uiteindelijk is het de rebellen gelukt om in Bangui te komen en is de president afgetreden. Normaal weten de mensen na een staatsgreep na een week dat er een nieuwe machthebber is en dan keert de orde terug. Maar hier is het tegenovergestelde gebeurd."

"De rebellen van Seleka zijn heel ongebonden mensen, uit Sudan en Tsjaad. Slechts 20 procent van hen komt uit CAR zelf. Ze trekken zich van God noch gebod iets aan. Ze proberen te doden en te verwoesten, maar niet om op te bouwen."

"Er is helemaal geen zicht om het land vooruit te helpen. De meeste gouverneurs zijn inmiddels wel benoemd, maar die durven niet naar hun gebied te komen, omdat de Seleka de macht in handen wil blijven houden. Die willen niet gecontroleerd worden."

En hoe is het daar bij u?

"Hier in dit bisdom viel het eigenlijk nog wel mee. Wij konden praten met de leider van de rebellen. Het is belangrijk voor de mensen dat wij blijven. De rebellen hebben een beetje schrik van ons, omdat wij de waarheid durven te zeggen, zonder aan te vallen"

"Wij slagen erin er te zijn voor de mensen. We hebben ook gewoon Kerst gevierd en de jaarwisseling en zondag vieren we Driekoningen. Maar wij moeten wel voorzichtig zijn."

En hoe is de situatie in de hoofdstad?

"In Bangui is het nu heel anders. Daar is het de laatste maand aan het uitlopen op een strijd tussen moslims die maar 12 procent uitmaken in het land, en de christenen die 80 procent vormen. Dus wordt het een soort godsdienstoorlog."

"Er zijn nu ongeveer 1600 Franse militairen in de hoofdstad, maar het is een moeilijke opdracht. De ontwapening van de rebellen is bijna onmogelijk. De Fransen zijn in twee of drie steden en ondertussen kunnen de rebellen elders nog heel veel verwoestingen aanrichten. Seleka is de baas hier."

STER Reclame