Nederland loopt in meer dan een opzicht voorop met elektronisch stemmen. We waren één van de eerste landen waar de stemcomputer werd ingevoerd. Omdat er ernstige twijfels waren over de veiligheid van de systemen, was Nederland ook één van de eerste landen waar het werd afgeschaft.

De afgelopen maanden heeft een commissie het elektronisch stemmen van alle kanten bekeken. Vanochtend adviseerden voorzitter Van Beek en zijn commissieleden de computer weer in te voeren, met enkele aanpassingen.

Straling

Rond de eeuwwisseling leek het erop dat we voorgoed afscheid hadden genomen van het rode potlood. Dat we daar toch weer gebruik van maken, komt omdat stemcomputers fraudegevoelig zouden zijn. Ook werd gevreesd dat het stemgeheim bij deze machines niet veilig was.

Een onderzoek van de AIVD oktober 2006 loog er niet om: computers die waren geleverd door het bedrijf Sdu deugden niet. De magnetische straling van de apparaten kon op enkele tientallen meters worden opgevangen.

Actiegroep

Het kabinet besloot dat de gemeenten die deze computers gebruikten, waaronder Amsterdam, weer ouderwets moesten gaan stemmen.

In 2007 kwam helemaal een (voorlopig) einde aan 'het nieuwe stemmen'. Het kabinet verbood alle stemcomputers.

Aanleiding was een rechterlijke uitspraak in een procedure aangespannen door de actiegroep 'Wij vertrouwen de stemcomputers niet'. Door een fout of een bewuste actie zou met een druk op een knop de uitslag kunnen worden beïnvloed.

Voortgeschreden

De gemeenten willen de computer weer zo snel mogelijk terug in het stemhokje. De koepelorganisatie VNG noemt het schriftelijk stemmen "achterhaald". Het is omslachtig en het jaagt ons op kosten, zegt de VNG.

Minister Plasterk van Binnenlandse Zaken is het daarmee eens. "De techniek is voortgeschreden", zei Plasterk in maart van dit jaar.

Kort daarna stelde hij de commissie Van Beek in. Plasterk verwacht dat de discussie "geen jaren hoeft te duren".

STER reclame