De inspanningen van Nelson Mandela en president Frederik Willem de Klerk voor de vrede in Zuid-Afrika werden in 1993 beloond met de Nobelprijs voor de Vrede. Op 10 december van dat jaar namen Mandela en De Klerk hun prijs in Oslo in ontvangst.

In zijn rede vergeleek Mandela de strijd in Zuid-Afrika met de strijd die Martin Luther King had gevoerd in Amerika en bedankte hij iedereen die de strijd tegen de apartheid in Zuid-Afrika tot een succes had gemaakt:

"Wij staan hier vandaag slechts als afgevaardigden van de miljoenen van ons volk die zich durfden te verzetten tegen een systeem dat is gebouwd op oorlog, geweld, racisme en onderdrukking van een heel volk. Ik ben hier vandaag ook als afgevaardigde van de miljoenen mensen over de hele wereld, de anti-apartheidsbeweging, de regeringen en organisaties die zich bij ons hebben aangesloten; niet om te vechten tegen Zuid-Afrika als land of tegen één van zijn volkeren, maar om zich te verzetten tegen een onmenselijk systeem en een spoedig einde te eisen van de apartheid - een misdaad tegen de menselijkheid."

Vol lof

Hoewel er tussen Mandela en De Klerk in de jaren ervoor harde woorden waren gevallen, liet Mandela zich in zijn rede vol lof uit over zijn mede-Nobelprijswinnaar:

"Hij had de moed om toe te geven dat ons land en ons volk door het apartheidssysteem een verschrikkelijk onrecht was aangedaan. Hij was zo vooruitziend om te begrijpen en accepteren dat alle mensen in Zuid-Afrika door overleg als gelijkwaardige partijen samen moeten bepalen wat ze van hun toekomst willen maken."

Toekomst

Verder stond Mandela stil bij al het leed dat de zwarte bevolking van Zuid-Afrika in het verleden was aangedaan, maar sprak hij ook vol hoop over de toekomst van het land:

"De ontwikkelingen die Zuid-Afrika en zuidelijk Afrika als geheel nu doormaken zijn voor ons allemaal een aansporing om deze revolutie aan te grijpen en van deze regio een voorbeeld te maken van hoe de wereld volgens alle weldenkende mensen zou moeten zijn."

STER reclame