Komt geld Filipijnen goed terecht?

tijd van publicatie Aangepast

Vandaag voeren de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) actie om geld op te halen via giro 555. De laatste dagen is er veel kritiek; mensen vragen zich af of het geld wel goed wordt besteed. Economieredacteur Bert van Slooten onderzocht wat er is gebeurd met het opgehaalde geld van de vorige grote giro 555-actie voor Haïti. Hij zet zijn bevindingen op een rij.

Van het geld dat via giro 555 wordt opgehaald, gaat een groot deel op aan transportkosten. Van elke euro is er gemiddeld 35 cent nodig om de hulpgoederen in het rampgebied te krijgen. Hulporganisaties proberen wel afspraken te maken met vliegmaatschappijen om de kosten voor met name kerosine enigszins te drukken, maar dat lukt lang niet altijd. Vervoer over water is natuurlijk goedkoper, maar heeft als nadeel dat de eerste containers pas over een maand in het rampgebied aankomen, terwijl er nu hulp nodig is.

Salaris

Volgens de SHO is het streven om niet meer dan 7 cent van elke opgehaalde euro (7 procent) uit te geven aan overhead, maar dat lukt niet altijd. Overhead in Nederland is beperkt, maar vooral de kosten voor personeel ter plekke vormen een grote kostenpost.

Uit cijfers van de vorige grote ramp in Haïti blijkt dat personeel in rampgebieden duur is, met name omdat er veel hulporganisaties opereren. Voor hulpverleners gelden dan ook de wetten van de markt; ze kiezen voor de organisatie die het hoogste salaris kan betalen. Artsen zonder Grenzen (dat niet meedoet aan giro 555) besteedde in Haïti 62 procent van al het geld aan logistiek en salaris.

Rampen hebben ook invloed op de voedselprijzen. De hulporganisaties houden wel noodvoorraden aan, maar die zijn beperkt. Rampen hebben zo hun gemiddelden en dus zijn er voor ongeveer 5000 families dekens, tenten, voedselpakketten en medicijnen beschikbaar in de magazijnen. Maar als die voorraden op zijn, en dat gaat snel, moet er op de markt worden gekocht. En ook bij rampen stijgen de prijzen.

Corruptie

Wat het moeilijk maakt, is dat door een ramp vaak een deel van het bestuur in het getroffen land verdwijnt, waardoor het voor hulporganisaties lastiger wordt om te werken. Je ziet nu al dat het lastig is om de hulp naar het getroffen gebied op de Filipijnen te krijgen, vanwege de onveilige situatie.

Zwak bestuur kan ook leiden tot corruptie. Soms gaat dat subtiel: familieleden moeten dan een baan krijgen bij een hulporganisatie. Soms gaat het openlijk: dan moet er betaald worden voor transport of bij het inklaren van goederen door de douane. Berucht is het verhaal van de container met hulpgoederen (voornamelijk knuffelbeesten) die na de tsunami in Sri Lanka maandenlang op de kade is blijven staan, omdat niemand bereid was de extra heffingen te betalen.

Zoals bij elke grote inzamelingsactie zal er ook over het opgehaalde geld voor de Filipijnen verantwoording worden afgelegd. Probleem is dat bij niet alle organisaties exact kan worden nagegaan waar het aan is uitgegeven. Unicef bijvoorbeeld is onderdeel van een internationale organisatie en maakt zijn deel van giro 555 over aan het hoofdkantoor. Accountants kunnen dan achteraf niet vaststellen of het geld doelmatig en rechtmatig is uitgegeven.

Merk belangrijk

Hulporganisaties hechten zeer aan hun zelfstandigheid. Giro 555 is een gelegenheidssamenwerking waarbij de organisaties volgens een vaste verdeelsleutel geld krijgen. De individuele organisaties geven vervolgens het geld uit. Dat het merk belangrijk is, bleek ook in Haïti, waarbij op elke tent stond door welke organisatie de tent was geschonken.

Het geld dat nu wordt opgehaald, wordt niet alleen aan noodhulp besteed. Gemiddeld geven hulporganisaties de eerste zes tot acht maanden geld uit aan eerste noodhulp, dus voedsel, tenten, medicijnen etc. Daarna treedt de tweede fase in, die van de de wederopbouw. Dat kan ook een rommelige fase zijn, want er moeten afspraken gemaakt worden over herbouw van huizen, hoe, door wie en tegen welke prijs.

In sommige landen komt er dan ook nog bij dat niet altijd even duidelijk is van wie de grond is en met welke eigenaar er dus zaken gedaan moeten worden. Ook hier geldt hoe zwakker het bestuur, hoe groter de kans op corruptie.

Fouten voorkomen

De Algemene Rekenkamer heeft na de tsunami in Azië in 2004 onderzoek gedaan naar de besteding van het ingezamelde geld. Een van de belangrijkste aanbevelingen van de Rekenkamer aan de hulporganisaties was om een risicolijst op te stellen, een lijst met mogelijke gevaren waar ze tegen aan konden lopen. In Haïti is met zo'n lijst gewerkt en dat heeft er volgens een aantal betrokkenen wel voor gezorgd dat sommige fouten zijn voorkomen.

De eerste echte uitspraken over hoe het geld is besteed kunnen pas na drie tot zes maanden worden gedaan. Tot die tijd is het letterlijk een kwestie van noodhulp verlenen.

STER reclame