Bouwers WK leven "mensonterend"

Aangepast

"Mensonterend" noemt Bert van der Spek van de vakcentrale CNV de woonomstandigheden van de buitenlandse bouwvakkers die werken aan de stadions en accommodaties voor het WK voetbal in 2022 in Qatar. De gebouwen waarin de werknemers wonen zijn "smerig, vies en stinkend" en volgens Van der Spek wonen ze er zo dicht op elkaar dat het levensgevaarlijk is.

De CNV'er reisde met een delegatie van internationale bouwbonden naar de golfstaat om de werk- en woonomstandigheden van de vooral buitenlandse werknemers te inspecteren. Daarover was ophef ontstaan door het bericht van de Britse krant The Guardian dat er zeventig Nepalese bouwvakkers om het leven zijn gekomen sinds de start van de werkzaamheden voor het WK.

Delegatie

Janna Mud van FNV Bouw reisde ook mee met de delegatie. Zij zag onveilige bouwplaatsen waar bouwvakkers op daken werkten zonder hekje of zekering. "Dat is hartstikke gevaarlijk. Ook bouwvakkers struikelen weleens. Als ze niet gezekerd zijn, dan zijn de gevolgen niet te overzien."

De bestuurders van de vakbonden zagen ook voorbeelden van woningen en bouwplaatsen die wel aan de regels voldoen. Zij willen dat alle werknemers aan de projecten voor het WK onder die omstandigheden kunnen bouwen en leven. Ze doen dan ook een beroep op de Qatarese overheid.

Bal doorschuiven

Janna Mud en Bert van der Spek vinden dat die overheid de bal vaak doorschuift naar de bouwbedrijven en de landen van herkomst van de werknemers. "Juist het organiserende land moet eisen van de bedrijven dat ze zich aan de regels houden", vindt Janna Mud.

Dat de Qatarese overheid wetten heeft over arbeidsomstandigheden, vinden ze niet genoeg. Ook het document van de wereldvoetbalbond FIFA waarin er goede omstandigheden voor de bouwvakkers wordt geƫist, vinden ze aan de magere kant. "Het staat wel op papier, maar hoe ermee wordt omgegaan, daar zet ik mijn vraagtekens bij", zegt Mud.

Met de reis naar Qatar hoopt de delegatie de ogen van de wereld op Qatar te richten. De intentie van de bonden is om volgend jaar opnieuw naar de golfstaat te reizen om te kijken of de werkomstandigheden zijn verbeterd.