DNB: somberheid ook door politiek

Aangepast

Het lage consumentenvertrouwen in Nederland is niet enkel op het conto te schrijven van de recessie, maar ook op zaken als Europa en de politiek. Dat concludeert De Nederlandsche Bank (DNB) in een onderzoek naar de oorzaken en bepalende factoren voor de ontwikkeling van het consumentenvertrouwen.

Het consumentenvertrouwen zakte sinds het prille begin van de financiële crisis weg, veerde in 2009 en 2010 iets op, maar ging in 2011 steeds harder onderuit. In februari dit jaar belandde het op een historisch dieptepunt. De Nederlanders waren ook veel somberder dan de burgers in de buurlanden.

Andere zaken

Traditioneel wordt het consumentenvertrouwen toegeschreven aan algemene economische zaken. In de periode 1978 tot september 2008 waren dat de werkloosheid, de gevoelsinflatie, de huizenprijzen, de beurs en de rente. Maar de ervaring leert dat er sinds 2008 ook andere zaken een steeds grotere rol spelen, stelt DNB (.pdf).

Volgens DNB is het vertrouwen vooral ondermijnd door de Europese schuldencrisis, waardoor mensen het vertrouwen in de banken en in Europa verloren. Eind 2012 gaf 19 procent van de ondervraagden in een enquête-onderzoek van DNB aan dat ze weinig vertrouwen hadden in de financiële instellingen. In 2008 was dat slechts 5 procent.

Politieke instabiliteit

Daarnaast is de toegenomen politieke instabiliteit in Nederland een factor van belang. Zo heeft de voorbije 15 jaar geen enkel kabinet de rit volledig uitgezeten en is de vorming van een coalitie steeds moeizamer. Daardoor ontstond er ook onzekerheid bij burgers over de economische koers van het land.

Deze drie factoren, banken, Europa en de politiek, vormen samen een betere verklaring voor het gedaalde consumenten vertrouwen, dan alleen de economische factoren.