In de Hermitage in Sint-Petersburg opent vandaag een bijzondere tentoonstelling over de kunstcollectie van de Nederlandse koning Willem II. De collectie was befaamd in zijn tijd, maar viel na de dood van de koning uiteen.

"Zijn collectie is ongeëvenaard; geen enkele andere Oranje heeft zoiets bijeen gebracht, daarvoor niet en daarna niet", zegt conservator Sander Paarlberg van het Dordrechts Museum, dat de tentoonstelling volgend jaar krijgt. "Het is bizar en eeuwig zonde dat zo'n collectie zo verspreid is geraakt."

Willem II leerde kunst verzamelen van onder anderen tsaar Nicolaas I, de broer van zijn vrouw Anna Paulowna. Hij was zeer onder indruk van de werken die zijn zwager in het winterpaleis in Sint-Petersburg had verzameld, de latere Hermitage. "Willem keek zijn ogen uit. Al die grandeur. Het was een totaal ander allure."

Onverschilligheid

Terug in Nederland bracht hij een unieke verzameling bijeen. "Rubens, Rembrandt, Da Vinci, Rafaël", somt Paarlberg op. "Hij was een pionier op het gebied van de Vlaamse primitieven. Hij was een van de allereersten die Van Eyck opnamen in hun verzameling."

Aan de bijzondere werken hing echter ook een bijzonder prijskaartje. Toen Willem II in 1849 stierf, kwamen zijn erfgenamen tot de onaangename ontdekking dat hij veel schuldeisers had. "Willem had in het grootste geheim een miljoen gulden geleend van zijn zwager Nicolaas, met de collectie als onderpand. Bij zijn overlijden waren zijn erfgenamen genoodzaakt de collectie te verkopen."

Paarlberg klinkt nog geschokt als hij vertelt hoe de erfenis liefdeloos werd opgedeeld bij een veiling. "Daar kwamen grote internationale handelaren en musea op af, maar de Nederlandse Staat liet het afweten. Het was een tijd van nationale onverschilligheid over kunst en cultuur. Er was te weinig aandacht voor. Men vond dat kunst geen regeringszaak was."

Verzot

Zo verdween al het werk naar het buitenland. Nicolaas zelf kocht dertien werken voor de Hermitage. "De veiling is later wel betreurd. Als dit in Nederland was gebleven, hadden onze musea er heel anders uitgezien."

Het idee voor de tentoonstelling ontstond in Nederland. Paarlberg wilde de collectie weer bijeen krijgen in het kader van 200 jaar Koninkrijk Nederland. Hij benaderde de Hermitage voor een bruikleen en het Russische museum reageerde enthousiast. "De Hermitage zag er een mooie afsluiting in van het Nederland-Ruslandjaar. Toen het museum als partner aansloot, werd het ineens mogelijk veel meer werken op te nemen."

Zo komen er straks zes werken van Willem II uit de Hermitage terug naar Nederland. Daarnaast leent het museum ook nog eens portretten van Willem II, Anna Paulowna en haar ouders uit de keizerlijke Romanov-galerij. "Voor Dordrecht is bovendien een werk van de Dordrechtse schilder J.C. Schotel erg leuk. Willem was verzot op zijn werk en gaf dit schilderij cadeau aan Nicolaas. Wij halen het tijdelijk terug."

Kunstkoning

Ook andere musea werkten mee aan de tentoonstelling. Het Metropolitan Museum in New York leent Rembrandts 'Oosterling'. Het Louvre levert een triptiek van Memling. Uit het Koninklijk Archief komt het uniform dat Willem II aan had tijdens zijn inhuldiging, inclusief het sabel dat hij gebruikte tijdens de Slag bij Waterloo.

"We laten zien dat hij zich wilde laten zien als kunstkoning en als held van Waterloo. Met zijn collectie gaf hij glans aan zijn koningschap."

2 maart opent de tentoonstelling in Dordrecht. Daarna reist de expositie door naar het Villa Vauban Museum in Luxemburg.

STER reclame