Kunsthalrover overtuigde OM niet

Aangepast

Door correspondent Joost van Egmond

De hoofdverdachte in de Kunsthalroof heeft deze zomer met de Nederlandse justitie gesproken over teruggave van een aantal werken. Hij kon het Openbaar Ministerie er niet van overtuigen dat hij de werken ook echt in bezit had, zegt de Roemeense aanklager in de zaak, Raluca Botea.

Radu Dogaru, die met een handlanger vorig jaar zeven kapitale werken uit de Rotterdamse Kunsthal meenam, vroeg tot twee keer toe om een gesprek met het Nederlandse OM over een deal. Als hij zijn straf in Nederland mocht uitzitten, zou hij vier werken teruggeven.

Zwijgen

De eerste keer liet Dogaru de Nederlanders voor niets komen; hij weigerde te praten. De tweede keer kwam het tot een gesprek, waarin de aanklagers Dogaru een week de tijd gaven om te laten zien dat hij de werken echt in bezit had.

Daarop ondernam de verdachte niets, vertelt Botea. Het OM bevestigt tegenover de NOS dat er met Dogaru is gesproken, maar dat heeft niet geleid tot de overtuiging dat de schilderijen "langs die weg" terug zouden komen.

Botea, die samen met een collega het onderzoek naar de kunstroofzaak leidt, stelt dat Dogaru niet serieus is. De 27-jarige hoofdverdachte vertelt steeds een ander verhaal. "Nog geen enkele keer heeft hij gedaan wat hij zei dat hij zou doen."

Geen interesse

Dogaru's advocaat zei vorige maand nog dat zijn cliënt vijf werken had willen teruggeven, maar dat de Nederlandse aanklagers daar niet in geïnteresseerd waren. Volgens Botea klopt die lezing dus niet.

Morgen komt Dogaru opnieuw voor, samen met vijf medeverdachten in de zaak. Zij staan terecht voor deelname aan een crimineel netwerk.

Er zijn aanwijzingen dat Dogaru's moeder Olga de gestolen kunst verbrand heeft, maar volgens de aanklagers staat nog niets vast. Het onderzoek naar de vraag waar de werken zijn gebleven is nog in volle gang, benadrukt Botea.

STER Reclame