Froome oppermachtig in Tour

Aangepast

Chris Froome heeft de honderdste Tour de France op zijn naam geschreven. De Brit was oppermachtig. Een terugblik.

Al ruim voor de start van de Tour van 2013 had Sky-ploegleider Dave Brailsford besloten dat Froome de kopman zou worden en niet Tour-winnaar Bradley Wiggins. Froome had in 2012 getoond wat hij in huis had en dat kwam er in deze jubileumeditie allemaal uit.

In tegenstelling tot Wiggins, die alleen in de tijdritten het verschil maakte, gaf Froome zijn eindzege glans met drie ritzeges, waarvan één in de klimtijdrit. En zwakke momenten kende de 28-jarige Brit nauwelijks. In de bergetappes hield hij zich simpel staande, met of zonder hulp van zijn ploeggenoten, en alleen in de waaieretappe kon hij betrapt worden op een moment van onachtzaamheid.

De Tour voerde volledig over Frans grondgebied en begon op Corsica met een zege en het geel voor Marcel Kittel van Argos-Shimano. In de eerste week wonnen ook Mark Cavendish, André Greipel en Peter Sagan een rit, maar Kittel was het succesvolst van hen met, uiteindelijk, vier ritzeges.

Pyreneeën

In de eerste Pyreneeënrit sloeg Froome direct toe. Hij reed zijn voornaamste concurrent Alberto Contador op 1.45 en hulde zich in de gele trui, die hij niet meer zou afstaan. Bauke Mollema eindigde als vierde, Laurens ten Dam als vijfde. In de tweede Pyreneeënrit was Froome al rap al zijn ploegmaten kwijt. De Spaanse renners spanden samen in de hoop Froome te vloeren, maar die hield simpel stand.

Na de tijdrit zat Froome er warmpjes bij, maar in de dertiende rit (waaieretappe) werd de Brit door Contador in zijn hemd gezet. Bauke Mollema en Laurens ten Dam zaten in de voorste waaier, Froome niet. Hij verloor er een minuut, de Spanjaard Alejandro Valverde (+ 9.54) de Tour. Mollema stond ineens tweede en Ten Dam vijfde en er lag zowaar een podiumplek voor een Nederlander binnen handbereik.

Ook in de rit naar de Mont Ventoux, waarin Froome in de finale Nairo Quintana nog net achterhaalde, hielden Mollema en Ten Dam hun uitstekende klasseringen vast.

Alpen

Maar na de tweede rustdag kwamen er nog een hele reeks Alpencols en daarin ging het voor de Nederlanders bergafwaarts. In de slotweek raakten Mollema en Ten Dam stilaan uitgeput. Dat gold beslist niet voor de revelatie van deze Tour, de Colombiaan Nairo Quintana. Quintana stond na de Mont Ventoux nog zesde, maar was in de slotweek steevast voorin te vinden en na zijn zege op Annecy-Semnoz schoof hij door naar de tweede plaats, ten koste van Alberto Contador, en greep hij de bolletjestrui.

Rui Costa baarde in de slotweek opzien met twee ritzeges. Hij zat twee keer mee in een grote kopgroep en bereikte twee keer solo de meet. De koninginnenrit, met twee keer de Alpe d'Huez op het menu, leverde de enige Franse zege op en die kwam op naam van Christophe Riblon.

Nederlanders laten zich zien

Nederland stond voor de Tour al 160 etappes droog en hoewel er ook in deze Tour geen rit werd gewonnen, lieten de zeventien gestarte Nederlanders zich wel zien. Zo eindigde de pas negentienjarige Danny van Poppel als derde in de eerste rit, zaten Johnny Hoogerland, Lars Boom en Lieuwe Westra een paar keer mee in een vlucht en waren de Belkin-renners samen met Niki Terpstra betrokken bij het plan om renners te isoleren in de waaieretappe. Mollema en Ten Dam boekten tijdwinst en Terpstra's ploeggenoot Mark Cavendish won de rit.

En voorts maakte Tom Dumoulin indruk. Hij werd negende in de eerste tijdrit, zat mee in ontsnappingen en vormde een belangrijke schakel bij de vier etappezeges van Kittel.

STER Reclame