Van Anraat in beroep om claims

Aangepast

De Nederlandse zakenman Frans van Anraat gaat in hoger beroep tegen de schadevergoedingen die hij moet betalen aan de slachtoffers van gifgasaanvallen in Irak.

Van Anraat leverde in de jaren tachtig, ondanks een wapenembargo, grondstoffen voor gifgas aan het Irak van Saddam Hoessein. Die zette dat gas in tijdens de oorlog met Iran en later tegen zijn eigen bevolking.

De zakenman zit op dit moment een celstraf uit van 16,5 jaar vanwege de leveringen. In april oordeelde de rechtbank dat hij 17 slachtoffers van de gifgasaanvallen, 4 uit Irak en 13 uit Iran, elk 25.000 euro moet betalen.

Textielindustrie

De rechtbank zei toen dat Van Anraat al in 1984 moet hebben geweten dat de grondstof TDG die hij aan het Iraakse regime leverde, gebruikt zou worden voor de productie van mosterdgas.

Volgens zijn advocaat ging de zakenman ervan uit dat de stof gebruikt zou worden in de textielindustrie. "Hij heeft eerder grondstoffen geleverd voor de textielproductie in Irak. Hij mocht er dus van uitgaan dat ook deze levering voor de industrie bedoeld was."

Aan de grond

De advocaat zegt dat Van Anraat sowieso niet in staat is om de schadevergoedingen te betalen. Zijn cliƫnt zit, volgens hem, volledig aan de grond.

"Ook Van Anraat vindt dat de slachtoffers recht hebben op een vergoeding maar die moeten ze niet bij hem halen. Uiteindelijk is het regime verantwoordelijk en dus moeten ze bij de Iraakse staat zijn", aldus de advocaat.

STER Reclame