Onderzoekers van het Amerikaanse Holocaust-museum hebben 400 bladzijden uit de dagboeken van nazi-kopstuk Alfred Rosenberg teruggevonden. Na jarenlang speurwerk werden de stukken uit de jaren 1936-1944 aangetroffen bij de academicus Hebert Richardson in de staat New York. Die weigert elk commentaar.

Mogelijk heeft Richardson de dagboekfragmenten gekregen van een medewerker van Robert Kempner, een van de aanklagers tijdens het proces van Neurenberg, waar Rosenberg in 1946 ter dood werd veroordeeld.

Kempner werd er al van verdacht dat hij de dagboeken had meegenomen na het proces, waar ze als bewijs waren gebruikt. In 1956 citeerde Kempner eruit in zijn memoires.

Verdwenen

Na Kempners dood, in 1993, gaven zijn kinderen de papieren van hun vader aan het Holocaust-museum, maar de dagboeken van Rosenberg en andere documenten waren verdwenen.

Het Holocaust-museum vond later tienduizenden documenten terug, onder meer bij Kempners voormalige secretaris. Via hem zijn de dagboeken mogelijk bij Richardson terechtgekomen. Het museum zal later deze week op een persconferentie opening van zaken geven.

Nieuw inzicht

Volgens het museum geven de stukken nieuw inzicht in de Holocaust en andere thema's uit de geschiedenis van het Derde Rijk. Het zou op bepaalde punten gevestigde opvattingen weerspreken, maar ook hier wil het museum nu niet over uitweiden.

Rosenberg was een van de eerste nazi's. Hij gold als een nazi-ideoloog met extreem antisemitische en antichristelijke opvattingen. Hij bepleitte een nieuwe heidense "religie van het bloed". Tijdens de oorlog was hij minister voor de bezette Oost-Europese gebieden en hield hij zich bezig met de organisatie van de roof en het verzamelen van Joodse bezittingen.

STER reclame