Kritiek na dood gehandicapte vrouw

Aangepast

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft scherpe kritiek op de Groningse zorginstelling NOVO, waar vorig jaar een licht verstandelijk gehandicapte vrouw overleed. Zij kwam in maart 2012 om het leven, nadat vier personeelsleden haar met geweld tegen de grond hadden gedrukt in een poging haar te kalmeren.

De camerabeelden van de betreffende avond komen volgens de inspectie niet overeen met de verklaringen van de betrokken personeelsleden over het incident. Het radioprogramma Argos brengt vandaag een reconstructie van de dood.

In een rapport van de inspectie dat Argos in handen heeft staat dat op de videobeelden niet is te zien dat de vrouw nog weerstand bood nadat zij tegen de grond was gedrukt. Ook was er op dat moment geen sprake van bijten, krabben of vastpakken, zoals de personeelsleden beweren. Toch zou de vrouw nog hardhandig tegen de grond zijn gedrukt.

Bloedingen

De vrouw overleed als gevolg van inwendige en uitwendige verwondingen en bloedingen. Ze had onder meer gebroken ribben en verwondingen aan hals, nek en mond. De vrouw kreeg mogelijk te weinig zuurstof, staat in een sectierapport.

De inspectie oordeelt dat de medewerkers niet geschoold waren in het toepassen van zogenoemde fixatie. Ook zouden ze niet goed getraind zijn geweest in het voorkomen van agressie.

In maart van dit jaar bezocht de inspectie de locatie in Onnen. Op basis van de bevindingen zou de vestiging onder verscherpt toezicht zijn geplaatst, maar de directie besloot om de locatie te sluiten en de cliƫnten over te plaatsen.

NOVO biedt zorg aan zo'n 2200 verstandelijk gehandicapten in Groningen en Drenthe. Verspreid over 80 locaties werken 1400 medewerkers. Uit het rapport blijkt dat de inspectie ook de overige vestigingen nauwlettend in de gaten zal houden.

Geen uitspraken

Drie van de vier personeelsleden zijn inmiddels werkzaam op een van de andere vestigingen. Een vierde is niet meer werkzaam bij NOVO. Over de reden van het vertrek doet de directie geen uitspraken.

Het Openbaar Ministerie besloot aanvankelijk om de betrokkenen niet strafrechtelijk te vervolgen. De nabestaanden tekenden daartegen beroep aan, waarna het gerechtshof in Leeuwarden alsnog bekeek of er moest worden vervolgd. Het hof besloot deze week dat er definitief niet vervolgd wordt. De vier zouden uit noodweer hebben gehandeld en een strafzaak zou kansloos zijn. Het is niet bekend of het hof het IGZ-rapport heeft ingezien, voor de uitspraak volgde.

STER Reclame