Het dodental in de ingestorte kledingfabriek in Bangladesh is de duizend gepasseerd. Vannacht werd het duizendste lichaam geborgen; de teller staat nu op 1021.

Twee weken na het instorten van de fabriek zijn reddingswerkers nog altijd met groot materieel op zoek naar lichamen in het puin. De lichamen die worden geborgen, zijn vaak onherkenbaar verminkt en in staat van ontbinding.

Dna-onderzoek

Tientallen zwaar verminkte lichamen zijn naar een lijkenhuis gebracht. Dna-onderzoek in ziekenhuizen moet uitwijzen wie de doden zijn. Soms worden primitievere middelen gebruikt. Zo zag een BBC-journalist dat met de mobiele telefoon van een slachtoffer zijn nabestaanden werden gebeld.

Het is niet duidelijk hoeveel mensen er in de fabriek waren toen die op 24 april instortte. Uit de puinhopen konden toen zo'n 2500 mensen worden gered.

STER reclame