Onderhandelingen tussen het ministerie van Buitenlandse Zaken en tien weduwen van door Nederlandse militairen in 1947 op Zuid-Celebes, het huidige Sulawesi, doodgeschoten mannen zijn op niets uitgelopen.

Jerry Pondaag van de stichting Comité Nederlandse Ereschulden noemt het schikkingsvoorstel van het ministerie "een grove belediging'' voor de weduwen. Door het mislukken van de onderhandeling is een nieuw proces over oorlogsmisdrijven tijdens de koloniale oorlog in Nederlands-Indië onvermijdelijk.

Rawagede

Volgens Pondaag is het aanbod van Buitenlandse Zaken aan de weduwen op Zuid-Sulawesi beduidend minder dan de regeling die eerder is getroffen met de weduwen van de slachtoffers van het bloedbad in Rawagede.

Na een jarenlang proces werden die in 2010 door de rechtbank in Den Haag in het gelijkgesteld in hun claim tegen de staat. De weduwen kregen 20.000 euro per persoon en bovendien bood de Nederlandse ambassadeur in het openbaar excuses aan aan de nabestaanden.

Volgens Pondaag biedt Buitenlandse Zaken nu de helft. Bovendien wil het ministerie alleen schriftelijk excuses maken. "En met name de eis dat in het openbaar excuses worden gemaakt, weegt zwaar voor de weduwen. Dit schikkingsvoorstel is een grove belediging'', zegt Pondaag.

'Jammer'

Advocate Liesbeth Zegveld, die de onderhandelingen namens de weduwen heeft gevoerd, bevestigt dat die zijn mislukt. Over de inhoud ervan wil ze verder niets kwijt. De rechter zal zich nu over de kwestie moeten buigen, zegt ze.

Over de uitkomst daarvan is ze optimistisch. "Er ligt immers al een uitspraak in een soortgelijke zaak, die van de weduwen van Rawagede. Maar jammer is het wel, want het betekent dat het langer gaat duren en de oudste weduwe is inmiddels al 104 jaar oud'', zegt Zegveld.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken laat in een schriftelijke reactie weten geen commentaar te kunnen geven omdat de zaak onder de rechter is. De onderhandelingen tussen het ministerie en de nabestaanden zijn een zaak tussen de partijen, aldus het ministerie.

Zuiveringsactie

Het bloedbad in 1946 en 1947 op Zuid-Celebes door de troepen van kapitein Westerling was een van de dieptepunten van de strijd tussen het Nederlandse leger en de Indonesische opstandelingen. Westerling kreeg de opdracht om de openbare orde te herstellen.

Tijdens de zuiveringsactie vielen volgens de Indonesische autoriteiten tienduizenden doden. Een deel van de slachtoffers was zonder proces standrechtelijk geëxecuteerd. Andere bronnen spreken van een lager aantal, zo rond de 1500 doden.

STER reclame