Mogelijk zoektocht naar slavenschip

Aangepast

Door correspondent Harmen Boerboom

Een zoektocht naar het gezonken slavenschip 'Leusden' bij de Surinaamse kust lijkt een stap dichterbij. De ondergang van het schip in de monding van de Marowijne, de grensrivier tussen Suriname en Frans Guyana, is de grootste scheepsramp uit de Nederlandse maritieme geschiedenis.

Vrijwel niemand kende het verhaal tot Leo Balai er in 2011 op promoveerde. De afgelopen week was hij, samen met Professor Jerzy Gawronsky, maritiem archeoloog aan de Univeriteit van Amsterdam, in Suriname om het drama onder de aandacht te brengen. Want ook op de plek waar het zich voltrok kent niemand dit deel van de Nederlands- Surinaamse slavernijgeschiedenis.

1738

Het is in de namiddag van 1 januari 1738. De kapitein van de 'Leusden' denkt in slecht weer de Surinamerivier op te varen. Hij vergist zich want in werkelijkheid heeft hij de Marowijnerivier voor zich. Door de navigatiefout raakt het schip vast op een zandbank en begint het water te maken.

De bemanning drijft de meer dan 650 gevangenen terug in het ruim en spijkert de luiken dicht om ontsnappen te voorkomen. Het schip zinkt en de gevangenen sterven tergend langzaam een verdrinkingsdood. De bemanning overleeft de ramp.

Professor Gawronsky: "Aan de hand van de beschrijvingen uit het logboek denken wij dat het schip aan de Franse kant is vastgelopen. Maar ook op Surinaams grondgebied ligt een grote zandbank, dus daar kan het ook gebeurd zijn. Het schip kan liggen in een gebied van dertig vierkante kilometer. We willen het vinden."

Historische omvang

Tal van instanties werden de afgelopen week door het onderzoekerstweetal in Paramaribo bezocht. "Iedereen was onder de indruk van het verhaal en wil enthousiast meewerken," vertelt Balai. "De Fransen zouden het liefst morgen al beginnen met zoeken. Ook zij zien in dat dit verhaal een internationale historische omvang heeft."

Het is de bedoeling dat de twee onderzoekers in augustus van dit jaar terugkomen om in het gebied met speciale apparatuur de eerste verkenningen te doen.

Omdat het wrak waarschijnlijk in het zand ligt, hebben de onderzoekers er vertrouwen in dat er nog veel van de 'Leusden' over is. "Er daar is geen zonlicht, geen zuurstof, geen diertjes. En dat maakt het geheel tot een soort maritieme vrieskist," legt Gawronsky uit.

Sardientjes

De restanten kunnen veel vertellen over hoe een slavenschip er werkelijk uit zag. "Over de Nederlandse slavenschepen is heel weinig bekend," zegt Leo Balai. "We kennen eigenlijk alleen maar de bekende afbeeldingen van het Engelse schip de 'Brooks' waar slaven als sardientjes in hun verblijven lagen. Die prenten zijn indertijd door de antislavernij beweging als propagandamateriaal gepubliceerd.

Wij willen heel graag weten hoe de Nederlandse schepen eruit zagen en hoe de gevangenen daarop vervoerd werden. Tot nu toe praten de wetenschappers elkaar allemaal na. We hebben met dit verhaal over de 'Leusden' een unieke kans om nieuwe feiten te verzamelen."

STER Reclame