Hoe gevaarlijk is Cyprus?

Aangepast

Door economie-redacteur André Meinema

Wat als het misgaat in Cyprus? Wat als de Cyprioten de voorwaarden voor Europese steun (blijven) afwijzen en de Europese geldkraan niet opengaat? Wordt Cyprus de spreekwoordelijke molensteen om de nek van de eurozone? Of is het slechts een kiezel in de schoen van Europa? Lastig, dat wel. Maar eigenlijk geen echt probleem, meer een rimpel in de grote vijver.

Cyprus, een eiland in de Middellandse Zee ten zuiden van Turkije en ten westen van Syrië en Libanon en ooit een Britse kolonie, is sinds 2004 lid van de Europese Unie. De Griekse helft van het eiland wel te verstaan, want in 1983 heeft het overwegend Turkse noordelijke deel zich losgemaakt en zichzelf uitgeroepen tot de Turkse Republiek Noord-Cyprus, die alleen door Turkije wordt erkend.

Geloofwaardigheid

Het Grieks-Cypriotische deel beslaat bijna tweederde van het eiland en heeft met 800.000 inwoners de omvang van Amsterdam. De economie (bbp in 2011) is ruim 19 miljard euro groot. Dat is vergelijkbaar met de economie van Jemen of Estland, maar kleiner dan de economie van de stad Den Haag. Binnen de EU stelt de Cypriotische economie ook weinig voor. Cyprus 'weegt' slechts 0,2 procent. Een stofje op de weegschaal. Het land leeft voor 80 procent van de financiële dienstverlening, aangevuld met toerisme en landbouw.

Maar in Europa en op financiële markten hebben omvang en belang een ander soortelijk gewicht. Griekenland stelt qua bbp in de eurozone ook niet zo gek veel voor, maar slurpt toch voor 240 miljard euro aan noodsteun op. Niet zozeer de omvang of de betaalbaarheid is relevant, maar het vertrouwen en de geloofwaardigheid van het monetair systeem. Alles draait om vertrouwen in banken, de veiligheid van spaargeld en investeringen, in geloofwaardig en betrouwbaar beleid.

IJsland

Vandaar ook de ophef en verontwaardiging van het voorstel om de spaarders mee te laten betalen. Met één pennenstreek wordt de belofte dat spaargeld tot 100.000 euro veilig is doorgehaald. Dat er veel Russische, en misschien ook Britse, Duitse of Nederlandse zwartspaarders tussen zitten, is wat dubbel, maar doet eigenlijk niet ter zake. De garantie blijkt waardeloos en dat vreet aan het vertrouwen van mensen en aan de geloofwaardigheid van politici. Vandaar ook al die drukte in andere landen en op (spaar-)markten over de veiligheid van ons spaargeld, het risico van besmetting en van een bankrun. Niet dat dit staat te gebeuren, maar het voelt verkeerd.

De financiële sector op Cyprus is een waterhoofd; veel te groot en dus een enorm risico voor zo'n klein land. Zolang het goed gaat hoor je er niemand over, net als destijds de banken op IJsland. De banken bieden onvoorstelbare hoge spaarrentes en dat trekt geld aan, bijvoorbeeld vanuit Rusland. Maar hoge spaarrentes betekenen per definitie ook hoge risico's.

Kredieten

De totale bezittingen van de Cypriotische banken aan spaargelden, kredieten en hypotheken bedragen bijna 9 keer het bbp. De banken werden in 2010 en 2011 hard geraakt door de Griekse schuldencrisis doordat zij daar voor meer dan 22 miljard euro hadden uitstaan. Dat is meer dan wat het eiland in een heel jaar kan verdienen. De afschrijvingen duwen de banken in het rood. Een ontploffende elektriciteitscentrale in 2011 was de bekende druppel: de overheid trekt het niet meer.

Europese landen en banken en bedrijven zijn innig met elkaar verknoopt. Door de euro en door investeringen en beleggingen over en weer. Europese financiële instellingen hebben op Cyprus volgens de laatste gegevens van de Bank of International Settlements (BIS) voor 31,4 miljard euro uitstaan. Dat zijn leningen en kredieten aan overheid, banken en het bedrijfsleven. Een derde daarvan is Grieks geld. Duitse banken hebben 7,6 miljard euro uitstaan en Nederland 2,5 miljard euro.

Noodsteun

Op eigen houtje hervormen en bezuinigen is niet de sterkste kant van de Cyprioten. In juni 2012 klopt de Cypriotische regering aan bij Brussel voor noodhulp. Er is minstens 10 miljard euro nodig. Zoals gebruikelijk duurt het lang voor er iets van overeenstemming is tussen Cyprus, de ECB (Europese Centrale Bank), de eurogroep en het IMF. Intussen lopen de kosten op.

De eurogroep, onder leiding van minister Dijsselbloem, zet hard en stevig in. Dat klinkt doortastend, maar is ook verwarrend en oogst een storm van kritiek. In het recente verleden was het vooral de ECB die het monetaire stelsel overeind hield en maatregelen nam als de Europese regeringsleiders er niet uitkwamen. Ook nu weer zit de ECB er bovenop. De geldstromen tussen Cyprus en andere landen en banken worden nauwlettend gevolgd. Een nationale centrale bank kan besluiten tot noodsteun aan de banken, ELA geheten (Emergency Liquidity Assistance) en dat komt neer op geld bijdrukken. De ECB kan dat tegenhouden, maar de afweging is een lastige. Want wat weegt zwaarder? Schade voor het eurosysteem of geld stoppen in lekke banken?

Koffiedik

De banken op Cyprus hebben dringend geld nodig om hun kapitaalbuffers te versterken. Intussen trekken spaarders de banken langzaam leeg. De banken zijn dan wel gesloten, maar pinbetalingen, geldautomaten en creditcards werken grotendeels, zij het met beperkingen. De vrees is dat als de banken weer opengaan zonder dat het probleem is opgelost, tegoeden massaal worden opgenomen. Voor het bankwezen op Cyprus betekent dat simpelweg het einde.

Wat dat met het land en met de eurozone doet, laat zich moeilijk voorspellen. In het ergste geval belandt Cyprus in een financiële, economische en politieke chaos. Buitenlandse spaarders en investeerders lopen mogelijk grote broekscheuren op. En ook op de financiële markten wordt het onrustig, wellicht met oplopende staatsrentes voor Italië en Spanje.

De euro blijft. De munt loopt wel een deuk op en zal in waarde dalen. Maar dat is eigenlijk goed voor de Europese export. En voor de rest is het koffiedik kijken.

Bent u op Cyprus? Met vakantie of voor zaken? Heeft u last van de economische situatie? Laat het de NOS weten.

STER Reclame