Nederland krijgt de komende maanden zijn twee testtoestellen van de JSF, maar mag pas in 2015 beginnen met testen. Dat testen gaat langer duren dan eerder gedacht. De kosten vallen daardoor hoger uit; niet 27 miljoen euro, maar tussen de 47 en 55 miljoen euro, blijkt uit een brief van minister Hennis-Plasschaert van Defensie.

De operationele testfase zou oorspronkelijk 2,5 jaar duren, van voorjaar 2012 tot augustus 2014. Dat wordt nu bijna vier jaar, van begin 2015 tot eind 2018.

Het is niet duidelijk wat Nederland tot 2015 met de testtoestellen moet. Waarschijnlijk worden ze twee jaar lang gestald.

Onzekerheid

Het uitstel is het gevolg van een advies aan de Amerikaanse regering. Daarin staat dat de operationele testfase van de JSF pas mag beginnen als eerst de technische ontwikkeling van het toestel klaar is. Bij de ontwikkeling van de JSF worden nog steeds gebreken geconstateerd.

Uit de brief wordt verder duidelijk dat de onzekerheid rond de JSF toeneemt. Zo schrijft dat minister dat Canada het besluit om de JSF te kopen heeft teruggedraaid en de JSF nu gaat vergelijken met onder meer de Eurofighter Typhoon en de Saab Gripen. In Nederland pleit D66 voor zo'n vergelijkend onderzoek.

Bezuinigingen in VS

Ook wijst Hennis-Plasschaert erop dat het JSF-programma in de VS mogelijk geraakt wordt als het Congres en de president een besluit nemen over bezuinigingen.

In het regeerakkoord staat dat het kabinet eind dit jaar beslist of de JSF de vervanger wordt van de F-16.

STER reclame