De jihadi's in Aleppo

Aangepast

Door verslaggever Lex Runderkamp

"Wij houden niet van journalisten," zegt hij tegen me met een geknepen blik. Drie zwartgeklede rebellen met lange baarden zijn bij me komen staan in de snackbar in Aleppo. Eén draagt een AK-47 en alle drie hebben ze een pistool in een holster op hun borst. "Is hij moslim?," vragen ze aan mijn reismaatje Ali. Hij legt vriendelijk uit dat ik huis en haard heb verlaten om de wereld te laten zien wat er met de Syrische bevolking gebeurt. En hij vertelt dat ik geen moslim ben.

Tijdens de Arabische woordenwisseling die ontstaat, kijk ik gebiologeerd naar hun uitrusting. De spreker draagt een kogelvrij vest, althans dat denk ik, maar er loopt een elektrisch kabeltje naar zijn linkerhand. "Niet aan dat kabeltje trekken," zegt een vader tegen zijn jonge kind dat om ons heen draait. Ik durf het niet meteen te vragen maar later vertelt de vader dat de man een bomvest draagt.

Sommige leden van Jabhat al-Nusra, wat "Steunfront voor het Syrische volk" betekent, zijn bereid zichzelf op te blazen als ze in handen van Assads leger dreigen te vallen. En aangezien dat weinig voorspelbaar is lopen ze de hele dag met een bom op hun buik. Het kabeltje is verbonden met een knop bij zijn hand zodat hij altijd is voorbereid.

Jehova's getuigen

"Hij vraagt of hij je kan bekeren tot de islam," zegt Ali. De grimmige blik van de jihadist is al veranderd in een vrolijke glimlach. Ik moet even nadenken over een antwoord. "Ik ben nu bezig met het leed van de Syrische bevolking. Mijn eigen leven moet ik even op de achtergrond plaatsen", probeer ik. Dat helpt niet. Ali raakt in een nog heftiger debat met de man.

De man doet me ineens denken aan jehova's getuigen die op zondag bij je aan de deur komen. Inhoudelijk discussiëren heeft geen enkele zin. Het belangrijkste verschil is dat deze zwarte rebel niets vraagt maar alles eist. Gelukkig is onze gebraden kip snel klaar en kunnen we afscheid nemen. De jihadist geeft me een verpakte bonbon en verontschuldigt zich bij Ali dat ie er maar één heeft. Het is een gebaar dat moslims onderling vaak maken, een klein cadeautje geven als blijk van waardering. We nemen hartelijk afscheid.

Jabhat al-Nusra probeert zijn invloed onder de Syrische bevolking sterk uit te breiden. Militair zijn ze behoorlijk succesvol en daarmee winnen ze veel aanhang onder jongeren. Ze hebben hun vlag aangepast om weerzin onder de Syriërs weg te nemen, want aanvankelijk gebruikten ze de zwarte vlag van al-Qaida. Maar nu hebben ze de vlag van Syrische islamisten gekopieerd met als enige toevoeging een kleine al-Qaida stempel in het midden.

Eerste levensbehoeften

Jabhar al-Nusra wint ook veel sympathie met het organiseren en verdelen van eerste levensbehoeften onder de bevolking. Elke Syriër kan je vertellen dat diesel in het oosten tien keer goedkoper is, waar al-Nusra gebieden beheerst.

"We hebben ze nu nodig. Maar als Assad is verdwenen rekenen we wel met ze af," zegt een regimentsofficier van het Vrije Syrische Leger tegen me, als we eenmaal in zijn huis aan de kip zitten. De officier heeft duizenden rebellen onder zich. "Mijn jongens zijn onervaren. De meesten zijn nooit in het leger geweest. Ik heb ze al drie maanden geen salaris meer kunnen betalen, dus hun zorgen zijn groot, want ze kunnen hun families niet steunen." Hij maakt onderdeel uit van de al-Tawheed brigade, die in zijn beginselverklaring niets heeft opgenomen over een islamitische staat. Hij is zelf godsdienstleraar.

Checklist religie

"Hoe kan ik onderscheid maken tussen religieuze fanatiekelingen, salafisten of gewone Syrische gelovigen die religie buiten de politiek houden?," vraag ik hem. Hij geeft een handzame checklist. "Als je bij een gewone soennitische Syriër thuis komt, spreekt hij niet meteen over religie. Hij zal je dankbaar zijn als je vraagt of hij met je wil bidden. Als je bij een salafist thuis komt, zal hij je vragen om met hem te bidden, maar als je dat niet doet is het ook goed. Als je een al-Nusra-aanhanger bezoekt zal hij je alleen maar binnenlaten als je eerst met hem bid."

De commandant is niet blij met al-Nusra. Maar hij zal met ze bidden totdat er iemand anders langskomt die het gevecht met Assads leger aangaat. Hij heeft nog een handzame manier voor mij om te herkennen in wat voor kringen ik verkeer. "Als je een sigaret opsteekt bij een gewone Syriër zal hij vaak meeroken. Als je bij een salafist rookt zal hij vragen om je sigaret te doven. Bij al-Nusra krijg je niet eens de kans er een op te steken." Ik moet maar weer eens wat gaan roken.

STER Reclame