Door economieredacteur Tineke Hoekstra

De toename van het gebruik van voedingssupplementen en sportvoedingsproducten is onbeheersbaar, zeggen sportwetenschappers.

Steeds vaker grijpen sporters naar pillen, druppels, poeders en drankjes. Sinds de spullen in de jaren tachtig op de markt kwamen, is er sprake van een groei van het gebruik van 70 tot 90 procent bij topsporters.

Bij recreanten en amateurs is het 50 tot 60 procent, blijkt uit gegevens van onderzoeker en sport-diëtist Floris Wardenaar verbonden aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen (HAN).

Risico's

Wardenaar vraagt zich af of sporters nog wel zelfstandig kunnen beoordelen wat ze slikken en innemen en wat risico's zijn. "Iedereen doet maar wat, maar over het prestatieverbeterende effect is terecht discussie gaande en is ook afhankelijk van de doelgroep." Alleen voor de stoffen cafeïne en creatine zijn de effecten op de sportprestatie aantoonbaar, zegt ook fysioloog Marco Mensink verbonden aan de universiteit van Wageningen.

Nu is er natuurlijk niets mis met een AA, Extran of Red Bull, maar het aanbod is ondoorzichtig. Iedereen kan en mag voedingssupplementen maken, zolang de producten voldoen aan de Warenwet. Onlangs heeft de Voedsel en Warenautoriteit een waarschuwing uitgegeven voor de stof DMAA, die voorkomt in sommige supplementen. Wereldwijd zijn er ernstige bijwerkingen, zoals hersenbloedingen, effecten op de bloedvaten en hartslag. Ook komt de stof voor op de dopinglijst.

Zekerheidssysteem

Voor een sporter is het lastig om de juiste en de veilige producten te kiezen. Het is een onoverzichtelijke markt met weinig controle, zegt de Nederlandse Dopingautoriteit.

Sommige supplementen kunnen stoffen bevatten die voorkomen op de dopinglijst. De dopingautoriteit heeft een zekerheidssysteem ontwikkeld waarmee deze stoffen in voedingssupplementen kunnen worden gevonden.

Prestaties

Het Team Voeding van sportorganisatie NOC*NSF houdt de wetenschappelijke onderzoeken over supplementen nauwlettend in de gaten. Op basis daarvan is er een lijst met aanbevolen supplementen. Wanneer een supplement niet op de lijst staat, betekent dat dat het gebruik niet wordt aangeraden. Vaak is er dan geen bewijs dat de stof werkt. Het kan ook zijn dat het product mogelijk ongezond, onveilig of prestatieverminderend is. Volgens NOC*NSF leidt slechts een klein aantal voedingssupplementen tot betere sportprestaties.

Voorlichting over juiste producten is volgens diëtist Wardenaar erg belangrijk. De meeste sporters kunnen volgens hem de nodige stoffen uit de basisvoeding halen. Duursporters eten dan bijvoorbeeld iets meer pasta (koolhydraten). Recreanten die één of twee keer per week sporten willen vaak energie kwijtraken en hebben dus ook geen extra voedingssupplementen nodig.

De sportorganisatie NOC*NSF zegt dat de meeste sporters in een topsportprogramma goed zijn voorgelicht en worden bijgestaan door sportdiëtisten. NOC*NSF raadt sporters af zelf te shoppen en te experimenteren.

In Nederland is tot nu toe geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar het gebruik en effect ervan. Er ligt een subsidieaanvraag bij de overheid voor een grootschalig onderzoek van de HAN, NOC*NSF, Universiteit Wageningen, de Vereniging van Sport Diëtetiek Nederland en brancheorganisatie Fit!Vak.

STER reclame