NOS Nieuws Binnenland Aangepast

Hoe werkt verwantschapsonderzoek?

Door redacteur politie en justitie Ilan Sluis

Via dna onderzoeken of iemand je broer of zus is, of dat een kind het jouwe is, dat kan al langer. Maar in de opsporing was het tot nu toe verboden om gevonden dna met dat van familieleden te vergelijken. Tot begin dit jaar.

Sinds eind maart is verwantschapsonderzoek toegestaan om misdrijven op te lossen.

Gesloten gemeenschap

De zaak van de vermoorde Marianne Vaatstra uit het Friese Zwaagwesteinde is de eerste waar grootschalig het verwantschapsonderzoek wordt ingezet. De cold-case uit 1999 leent zich uitstekend voor een dergelijk onderzoek.

Verwantschapsonderzoek heeft de meeste kans op succes als een vermoedelijke dader waarschijnlijk uit de directe omgeving van de plaats van het misdrijf komt. Als het ook om een gesloten gemeenschap gaat waar families nog redelijk honkvast zijn, wordt de kans nog groter. Al die omstandigheden gelden voor deze oude moordzaak die politie en justitie koste wat kost op willen lossen.

Y-chromosoom

Alle mannen van dezelfde stamvader hebben een nagenoeg identiek stukje dna, het zogenoemde y-chromosomaal dna.

Bij het oplossen van een misdrijf via verwantschapsonderzoek is het dus zaak dat politie en justitie iemand vinden met datzelfde stukje dna als dat van een dader. Dan heb je in ieder geval een familielid te pakken. Via de stamboom kun je dan verder dna-onderzoek doen binnen de familie tot je een volledige match hebt. En voilà, zaak opgelost.

Match

Klinkt natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. In het onderzoek van Marianne Vaatstra is het dna-materiaal van de dader al door de databank met bestaande dna-profielen gegaan.

In die databank zit dna-materiaal van zo'n 130.000 personen en bijna 50.000 profielen van sporen, gevonden op plek van een misdrijf. En daarin is geen match gevonden. Dus wordt het onderzoek nu uitgebreid.

Wangslijm

Justitie heeft 8080 mannen die in 1999 binnen een straal van 5 kilometer rondom de plaats van het misdrijf woonden en toen tussen de 16 en 60 jaar oud waren opgeroepen om vrijwillig dna af te staan.

Zij hebben een brief thuis gekregen om zich vanaf zaterdag de komende twee weken op een van de elf afnamelocaties in Friesland te melden. Daar zit een team van specialisten klaar om vier staafjes met wangslijm af te nemen.

Immense klus

Die meer dan 32.000 (32.320 om precies te zijn) staafjes gaan naar het onderzoeksinstituut NFI in Rijswijk. Daar worden via een geautomatiseerd proces dna-profielen uit dat wangslijm gehaald.

De profielen van die duizenden mannen moeten vergeleken worden met het dna van de moordenaar van Marianne Vaatstra. Een immense klus waar het NFI verwacht minimaal vijf maanden over te doen.

Privacy

De privacy is natuurlijk ook een belangrijke zaak. Daarom worden de profielen geanonimiseerd vergeleken. Elk profiel heeft een nummer, geen naam. De daaraan gekoppelde naam zit veilig achter slot en grendel bij justitie. Pas bij een match wordt die naam er bij gepakt.

Al het werk dat in deze zaak wordt gedaan, is voor eenmalig gebruik. De dna-profielen worden alleen vergeleken met dat van de moordenaar van Vaatstra. Dus er wordt niet geprobeerd er en passant nog even andere misdrijven mee op te lossen. Uiteindelijk worden de profielen die niet matchen vernietigd, die belanden dus niet in de databank.

STER reclame