Door correspondent Joan Veldkamp

De ruzie tussen China en Japan over de Senkaku-eilanden (door China de Diaoyu-eilanden genoemd), in de Oost-Chinese zee, is de afgelopen dagen weer in alle hevigheid opgelaaid.

Japan en China claimen allebei de soevereiniteit over de vijf onbewoonde eilanden en twee rotsen, die op een gasbel liggen. Gezien de energiehonger van beide landen kan dit dispuut makkelijk uitmonden in een bittere strijd.

Medicinale kruiden

China zegt dat het de eilanden al in 1372 heeft ontdekt. Ze waren toen vooral interessant vanwege de medicinale kruiden die er groeiden. Maar volgens Tokio heeft China de eilanden nooit officieel bestuurd. In tegenstelling tot Japan, dat er van 1895 tot 1971 ongestoord het bewind over voerde. Japan claimde uiteraard de soevereiniteit, maar toen gingen in Peking de hakken in het zand.

De Chinezen beriepen zich op afspraken die zouden zijn gemaakt met de Amerikanen na de Tweede Wereldoorlog. Die zouden de eilanden toen hebben teruggeven aan de Chinezen.

Tokio ontkende dit en schermde met het vredesverdrag van 1951. Dat was gesloten tussen Japan en Amerika. Maar daarin werden de eilanden überhaupt niet genoemd.

Zeerecht

Wat de zaak vooral ingewikkeld maakt, is de discussie over de maritieme grens tussen China en Japan. Het zeerecht bepaalt dat China mag putten uit de gasvoorraden die zich bevinden op het Aziatische continentale plat. De Senkaku-eilanden maken daar weliswaar deel van uit, maar het zeerecht bepaalt tegelijkertijd dat Japan, op zijn beurt, rechten heeft binnen de Exclusieve Economische Zone (EEZ).

De Japanse EEZ strekt zich uit tot 200 kilometer ten westen van de Japanse Ryukyu-eilanden en omvat ook de Senkaku-eilanden. Japan kan dus op zijn minst een deel van de gasvoorraden claimen. Het internationaal recht geeft niet aan wat prevaleert: een zeeplateau of een Economische Zone.

Extreem-rechts

Volgens specialisten in het zeerecht, is er maar een oplossing voor het conflict. Japan en China zouden een gezamenlijke autoriteit in het leven moeten roepen die het bestuur over de eilanden uitoefent, de minerale grondstoffen in kaart brengt en de exploratie ervan begeleidt. De heerschappij over de eilanden, moet bij beide landen komen te liggen. Maar gezien de vijandelijkheden, lijkt een hechte samenwerking ver weg.

De directe aanleiding voor het oplaaien van het dispuut is de verkoop van de eilanden. Ze waren nog altijd in het bezit van een Japanse familie, maar onlangs kondigde de burgemeester van Tokio aan dat hij overwoog de eilanden te kopen. Burgemeester Shintaro Ishihara staat vooral bekend om zijn conservatieve, soms zelfs extreem-rechtse ideeën en is uitgesproken anti-China. De Japanse regering zag de bui al hangen en heeft de eilanden snel zelf gekocht. Dat gebeurde afgelopen dinsdag, voor naar verluidt 26 miljoen dollar.

STER reclame