'Insigne kaping De Punt verkeerd'

Aangepast

Het toekennen van insignes aan de militairen die betrokken waren bij het einde van de treinkaping in De Punt in 1977 valt bij veel partijen verkeerd. De leider van de actie van destijds weigert de onderscheiding. De Molukse gemeenschap is zeer verontwaardigd.

Minister Hillen kondigde deze week aan dat er een onderscheiding komt voor getoonde moed. Kees Kommer, leider van de mariniers in 1977, zegt dat hij het ethisch onjuist vindt om insignes te geven aan mariniers die opdracht kregen "om burgers dood te schieten".

Hij vindt het ook vreemd dat de eenheden van Defensie worden onderscheiden en niet de schutters van de rijkspolitie die betrokken waren bij de bevrijding van de school in Bovensmilde. Tegelijk met de trein in De Punt werd in Bovensmilde een school bezet.

Klap in gezicht

De Molukse regering in ballingschap reageert met afgrijzen. President John Wattilete zegt dat de eretekens een klap in het gezicht zijn van de Molukse gemeenschap. "Wonden helen langzaam en dit doet geen goed."

Ook na 35 jaar zijn de Molukkers van mening dat de inzet van het geweld "buitensporig, onnodig en zelfs misdadig" was, zo staat te lezen op de internetsite van de RMS. Velen denken dat de bevrijdingsactie een doelgerichte executie was. Het insigne wordt daarom ongepast en schandalig genoemd.

Van de gegijzelden heeft George Flapper grote bezwaren tegen de onderscheiding. "Moet een marinier die mij bijna heeft doodgeschoten een lintje krijgen?", zo vraagt hij zich af. Hij stelt dat de militairen bleven schieten, ook toen al duidelijk was dat de kapers zich niet meer konden verzetten.

De vorige Commandant der Strijdkrachten, Dick Berlijn, was als straaljagerpiloot betrokken bij de beƫindiging van de treinkaping. Hij betreurt het dat er wel een insigne komt voor Nederlandse militairen, terwijl het Molukse verdriet niet wordt erkend.

Wanhoopsdaad

"De kaping was een wanhoopsdaad van jongeren, niet goed te praten. De Molukse gemeenschap ziet dat ook in. Maar nu na 35 jaar alleen de Nederlandse militairen een insigne geven en niet het Molukse verdriet erkennen is heel ongelukkig en eenzijdig. Nederland heeft nog altijd niet ronduit erkend dat de Molukkers na 1949 slecht zijn ontvangen en dat de gemaakte beloften voor een terugkeer niet zijn waargemaakt. Die pijn zit er bij de Molukkers nog steeds.''

Molukkers die hadden gediend in het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL) riepen in 1950 een onafhankelijke republiek uit op de Zuid-Molukken (RMS). Na een paar maanden werden de Zuid-Molukken door Indonesiƫ veroverd.

Door de uitspraak van een Nederlandse rechtbank moest de Nederlandse regering de KNIL-militairen die niet in het Indonesische leger wilden dienen, naar Nederland halen. Het was de bedoeling dat het tijdelijk zou zijn, maar aan de voorwaarden voor terugkeer werd nooit voldaan.

Doorzeefd

Nederland dwong de Molukkers uiteindelijk zich te vestigen in woonwijken in Nederland. Ontevreden en gefrustreerde Molukse jongeren kaapten in december 1975 bij het Drentse Wijster een trein. Die actie, waarbij drie passagiers werden doodgeschoten, eindigde na bemiddeling.

STER Reclame