Door redacteur Lambert Teuwissen

Als een klein zwart vlekje trekt de planeet Venus morgenochtend langs de zon: de Venusovergang. Voor wie hem miste in 2004 is dit de laatste mogelijkheid tot 2117. Wereldwijd zullen veel mensen dit astronomische curiosum volgen uit simpele nieuwsgierigheid, in de 18de eeuw was het aanleiding voor een ongekend groot wetenschappelijk experiment.

Wetenschappers waren maanden, jaren op weg om een fenomeen van enkele minuten te zien: een Brit werd naar een eilandje in de Stille Zuidzee gestuurd om metingen te doen, een Zweed trok diep Lapland in om de middernachtszon gade te slaan en in Rusland werd een astronoom bijna gelyncht omdat ongeletterde boeren zijn telescopen voor hekserij aanzagen. Vijf wetenschappers overleefden hun expeditie niet en in sommige gevallen was het fenomeen door bewolking onzichtbaar.

"Ze riskeerden hun leven, het waren geen door de wol geverfde ontdekkingsreizigers", zegt Andrea Wulf, die het boek 'Venus achterna' schreef over het herculeswerk. "Dit waren weldoorvoede mannen van middelbare leeftijd, mensen die slechts de monotonie van nachtelijke observaties gewend waren. Zij raceten nu vol moed de hele wereld over, een vreemd legertje avonturiers."

Hemelse meetlat

Edmond Halley (van de komeet) had aan het begin van de eeuw bedacht dat de overgangen van Venus in 1761 en 1768 ideaal zouden zijn om de afstand van de zon tot de aarde te berekenen. Wie genoeg gegevens had op meerdere plekken wereldwijd, zou met een driehoeksberekening een "hemelse meetlat" kunnen vinden.

"Hij wist dat hij het zelf niet meer zou meemaken, dus schreef hij een pamflet voor de volgende generatie, waarin hij gedetailleerd uitlegde hoe, waar en wanneer men kon meten." Vijftig jaar later nam een nieuwe generatie astronomen de handschoen op. In Londen, Parijs, India, de Amerikaanse koloniën, overal ter wereld bereidden wetenschappers zich voor. Er werd een fortuin uitgegeven om Europese astronomen op de juiste plekken te krijgen.

Internationale samenwerking

Hoewel de Zevenjarige Oorlog de Europese betrekkingen domineerde, werkten wetenschappers uit strijdende landen gebroederlijk samen. "Dit was eigenlijk de eerste keer dat wetenschappers wereldwijd samenwerkten. Het is de moeder van alle internationale wetenschappelijke experimenten. Vandaag de dag vinden we het heel gewoon en denken we dat het in de 20ste eeuw is ontstaan, maar het vindt zijn oorsprong in het decennium van die overgang."

"Al die wetenschappers schrijven elkaar, helpen elkaar met gegevens, met het krijgen van reisbescheiden of aanbevelingen. Als ze proberen geld los te krijgen van hun regeringen dan gooien ze het op de nationale eer, maar ze zijn er echt op uit alle gegevens te delen."

Grote afwezige in het project was Nederland. Hoewel de bijvangsten van het onderzoek, zoals betere landkaarten, ook de handel hadden kunnen dienen en het land van Huygens en Leeuwenhoek een reputatie had hoog te houden, kwam er geen geld.

Bezweken

Wulf leeft mee met de huiskamergeleerden die maandenlang ontberingen doorstaan. Guillaume le Gentil bijvoorbeeld, die elf jaar onderweg was om beide overgangen in de Oost te volgen. Hij trotseerde oorlog en ziekte, werd door zijn nabestaanden doodverklaard en miste uiteindelijk beide overgangen door weersomstandigheden.

Of Jean-Baptiste Chappe d'Auteroche, de enige persoon die beide overgangen van begin tot eind zag, de eerste in Siberië, de tweede in Mexico. "Bij Chappe stel ik me zo´n blunderende, vrolijke man voor met enigszins overgewicht. Hij heeft een moeilijke reis, maar hij vrolijkt zichzelf op met beschrijvingen van vrouwen die hij onderweg tegenkomt." Zijn passie voor de planeet zou hem fataal worden. Chappe besloot de Venusovergang te volgen in een missiepost die door de tyfus was getroffen. Kort na de gebeurtenis bezweken hij en de meeste leden van zijn expeditie aan de ziekte. Toch vonden zijn notities hun weg naar de beschaafde wereld.

Indrukwekkend

"Toen men de resultaten bekeek na de eerste overgang, was iedereen verbaasd over hoe slecht die waren. Men moest het precieze moment hebben dat Venus de zon in of uit ging en dat bleek moeilijk te timen. Bij de tweede was het anders. Men wist wat men kon verwachten, er waren beter telescopen, de politieke situatie was verbeterd en astronomisch waren de omstandigheden beter, omdat de overgang langer duurde en de calculaties dus nauwkeuriger konden zijn. Nu wist men het aantal kilometers terug te brengen tot tussen de 124 en 159 miljoen. Dat is indrukwekkend. Vandaag de dag gaan we uit van een afstand van zo'n 150 miljoen kilometer."

In 2012, de laatste overgang in meer dan een eeuw, valt er voor de wetenschap nog weinig te ontdekken aan de overgang. Wel zal de gebeurtenis voor het eerst in de ruimte worden vastgelegd: de Amerikaanse astronaut nam al maanden geleden een speciale filter voor zijn fotocamera mee naar het ISS.

Andrea Wulf - Venus achterna - Athenaeum - ISBN: 9789025369414

STER reclame