Toch verband brand zendmasten

time icon Aangepast

Door redacteuren Robert Baltus en Hugo van der Parre

De brand en het instorten van de zendmast in het Drentse Smilde, op 15 juli vorig jaar, hebben te maken met de brand in de zendmast in IJsselstein, eerder dezelfde dag. Dat blijkt uit onderzoek van mastbeheerder NOVEC, dat in handen is van de NOS.

De brand in IJsselstein brak uit door urenlange oververhitting. De antennes van Broadcast Partners, dat de uitzendingen voor de publieke radio verzorgt, zonden niet goed uit, maar kregen wel de gebruikelijke hoeveelheid energie. Doordat het probleem niet werd gesignaleerd of er niet adequaat werd ingegrepen, liep de temperatuur zo hoog op dat uiteindelijk brand ontstond.

Door die brand verslechterde de radio-ontvangst in Midden-Nederland. Broadcast Partners lijkt volgens de onderzoekers te hebben geprobeerd het probleem te verhelpen vanuit de toren in Smilde. Daardoor raakten ook daar antennes oververhit, met uiteindelijk fatale gevolgen, zo blijkt uit het onderzoek.

Door het uitvallen van mast in Smilde is de ontvangst in het noorden van Nederland nog steeds niet optimaal.

Veldsterkte

Broadcast Partners wil niet inhoudelijk reageren. Het bedrijf zegt te wachten op de uitkomst van nader onderzoek met zijn verzekeraars. De bevindingen zijn getoetst door de TU Eindhoven en het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium. Zij stellen vast dat het NOVEC-onderzoek op een gedegen manier is uitgevoerd.

NOVEC kon bij zijn onderzoek gebruikmaken van gegevens over de ontvangst van radiostations, de zogeheten veldsterkte. Daaruit blijkt dat in IJsselstein op 14 juli rond 23.30 uur de zenders van Broadcast Partners in oostelijke richting 90 procent van hun kracht verliezen, terwijl ze wel evenveel stroom blijven afnemen.

Zoals al eerder is vastgesteld, is die storing vermoedelijk veroorzaakt door vocht in de kabels. Zeker vier uur lang zijn die antennes wel gevoed met zo'n acht kilowatt aan energie die niet gebruikt is voor uitzendingen. Energie die niet gebruikt wordt, kan alleen maar omgezet worden in warmte.

Normaal gesproken moet een detectiesysteem zo'n probleem signaleren en de zender uitschakelen. Dat is niet gebeurd. "Het detectiesysteem van de BP-zenders heeft gedurende deze 4 uur gefaald op te merken dat er iets zeer ernstigs aan de hand was met het bijbehorende antennesysteem", schrijven de onderzoekers. Vroeg in de ochtend van 15 juli was de warmte zover opgelopen dat er daadwerkelijk brand ontstaat en radiozenders uitvallen, zowel van BP als van KPN.

Compenseren

De aanzet tot de brand in Smilde wordt volgens het onderzoek ook al vroeg in de ochtend gegeven. Metingen geven aan dat in Smilde om 6.36 uur iets opmerkelijks gebeurt: zeven uur voordat de brand opgemerkt wordt, daalt de ontvangststerkte van alle BP-zenders richting Noord flink. De onderzoekers denken dat BP op dat moment het vermogen van zijn zenders in Smilde heeft herverdeeld, met als doel de zuidelijke richting te versterken. Daarmee zou met name het wegvallen van Q-Music vanuit IJsselstein enigszins worden gecompenseerd.

Volgens deze theorie heeft BP in Smilde de zuidelijk gerichte antennes van Q-Music meer stroom gegeven. Die stroom is weggehaald bij de antennes die naar het noorden uitzenden. Gevolg zou zijn dat de antenne gedurende zeven uur drie kilowatt extra vermogen heeft gekregen, meer dan genoeg om ook hier brand te veroorzaken, een brand die uiteindelijk leidt tot het instorten van de totale zendmast.

Dat de brand is ontstaan in het antennesysteem van BP blijkt ook uit het feit dat op het moment van de brandmelding de ontvangst van alle BP-frequenties al sterk is aangetast. De KPN–zenders van Smilde zijn dan nog goed te ontvangen. Zij gaan pas een half uur later verloren.

STER Reclame