Twintig Spitfires die onder de grond liggen in Birma worden misschien opgegraven en in oude staat hersteld. De Britse premier David Cameron en de president van Birma, Thein Sein, zijn overeengekomen dat de Britse jachtvliegtuigen worden opgespoord.

De Spitfires werden in de zomer van 1945 door de Britse luchtmacht begraven, omdat werd gevreesd dat de Japanners ermee aan de haal zouden gaan of ze zouden vernietigen. De toestellen waren nog niet in elkaar gezet. De onderdelen zaten in kratten en waren makkelijk onder de grond te verstoppen.

Atoombommen

Een paar weken daarna werden de atoombommen op Nagasaki en Hiroshima gegooid en was de oorlog tussen de Japanners en de geallieerden voorbij. De vliegtuigen, die op ongeveer 12 meter diepte liggen, werden vervolgens vergeten, totdat luchtvaartliefhebbers enkele jaren geleden bewijs vonden van het bestaan van de toestellen.

Waar de Spitfire-delen precies begraven liggen, was lange tijd onduidelijk, maar onderzoekers van de universiteit van Leeds denken nu dat ze plek hebben gevonden. Vanwege het politieke klimaat en de slechte verhoudingen tussen Birma en Groot-Brittanië was het eerder onmogelijk om aan opgravingen te beginnen.

Uitstekende staat

Cameron, die op bezoek is in Birma, zou het onderwerp persoonlijk in een gesprek met de Birmese president hebben aangesneden. Thein zou "heel enthousiast" hebben gereageerd. Als de vliegtuigen worden opgegraven, worden er waarschijnlijk ook een paar in Birma tentoongesteld. De rest gaat terug naar Groot-Brittanië. De verwachting is dat de vliegtuigonderdelen nog in uitstekende staat zijn.

Naar schatting zijn er tijdens de Tweede Wereldoorlog 21.000 Spitfires gebouwd. Daarvan zijn er nog 35 in staat om te vliegen.

STER reclame