De problematiek van seksueel misbruik was bekend binnen de ordes en bisdommen van de Rooms-Katholieke Kerk. Adequaat optreden bleef echter uit, evenals voldoende aandacht voor de slachtoffers. Dat is de belangrijkste conclusie van de commissie-Deetman, die het misbruik heeft onderzocht.

De commissie schat dat tussen 1945 en 1981 tussen de 10.000 en 20.000 minderjarigen in katholieke internaten, kindertehuizen, kostscholen en weeshuizen het slachtoffer zijn geworden van misbruik. Enkele duizenden van hen zouden zwaar seksueel zijn misbruikt.

Bisschop Bär

De commissie stelt dat de omgang van de kerkelijke leiding met seksueel misbruik van minderjarigen in de kerk ernstige tekortkomingen kent. Gevallen van misbruik belandden in de doofpot en om schandalen te voorkomen, bleven maatregelen uit. Ook erkenning en hulp voor de slachtoffers liet te wensen over.

Vooral bisschop Bär, bisschop van Rotterdam van 1983 tot 1993, krijgt veel kritiek in het eindrapport. Hij is volgens de commissie ernstig tekortgeschoten. Tegen de adviezen van de toenmalige selectiecommissie in liet hij mannen toe tot de priesteropleiding die daartoe niet geschikt werden geacht.

Geen maatregelen

Een aantal van deze priesters heeft zich schuldig gemaakt aan misbruik. De commissie-Deetman is vijf gevallen tegengekomen. Op deze misdrijven volgde geen enkele correctie. Ook trof Bär geen maatregelen om herhaling te voorkomen, terwijl werd gezegd dat dit wel gebeurde. Slachtoffers en familie werd voorgehouden dat er strenge maatregelen waren genomen.

Volgens de commissie was de bisschop niet in staat zijn bestuurlijke verantwoordelijkheid waar te maken. Priesters die in het bisdom Rotterdam niet meer te handhaven waren, werden naar andere bisdommen overgeplaatst, met het risico dat ze weer met minderjarigen in aanraking zouden komen.

800 namen van plegers

De commissie-Deetman heeft in totaal 1795 meldingen gekregen van seksueel misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Op basis van deze meldingen heeft de commissie ongeveer 800 namen van plegers kunnen herleiden tot mensen die werken of werkten in bisdommen, ordes en congregaties.

Volgens de commissie zijn er van deze 800 personen nog 105 in leven. Onduidelijk is hoeveel van hen nog in functie zijn. De klachtencommissie van het nieuwe meldpunt voor seksueel misbruik in de kerk gaat de klachten over nog levende plegers met voorrang behandelen.

Ook buiten de kerk

Deetman wil dat de overheid met een geïntegreerde en effectieve aanpak van misbruik en geweld tegen minderjarigen komt. Dat is volgens de commissie van belang, omdat aan het misbruik van minderjarigen iets is dat niet alleen in katholieke instellingen voorkomt.

De commissie komt met die maatregel op basis van onder meer het advies van de Gezondheidsraad. Die concludeerde eerder dit jaar dat alleen al in Nederland jaarlijks meer dan 100.000 kinderen geestelijk, fysiek of seksueel worden mishandeld.

Centrale regie

Volgens de commissie bevestigt het rapport over het misbruik in de kerk dat er sprake is van een groot maatschappelijk probleem. Om dat aan te pakken is een centrale regie nodig. De politiek moet hier meer aandacht voor krijgen, vindt de commissie.

De commissie-Deetman concludeert verder dat het celibaat niet de verklarende factor is voor de mate waarin binnen de kerk seksueel misbruik voorkomt. Volgens deskundigen kan de celibaatsverplichting priesters en religieuzen "kwetsbaar maken voor diverse vormen van grensoverschrijdend gedrag".

STER reclame