De hulpverlening aan Tristan van der Vlis, de dader van het schietincident in Alphen aan den Rijn, was redelijk zorgvuldig, maar er waren ook tekortkomingen. Dat concludeert de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in een rapport over de behandeling van Van der Vlis.

Zo wisten zijn behandelaars in GGZ-instelling Rivierduinen dat Tristan van der Vlis suïcidaal was, maar hebben ze niet genoeg aandacht besteed aan het gevaar dat hij zichzelf en ook anderen iets zou kunnen aandoen. Dat gevaar hadden ze moeten inzien, omdat intern bekend was dat Van der Vlis aan een vuurwapen wilde komen.

Verder heeft de instelling volgens de inspectie fouten gemaakt bij het volgen van de richtlijn over het medisch beroepsgeheim. Er kan een uitzondering worden gemaakt op de geheimhoudingsplicht, wanneer de hulpverlener vermoedt dat zijn patiënt een gevaar vormt voor anderen.

Niet te voorkomen

De inspectie benadrukt in het rapport dat het soms niet te voorkomen is dat psychiatrische patiënten ernstige schade toebrengen. Ondanks de geconstateerde tekortkomingen, kan volgens de IGZ niet gesteld worden dat dit incident door betere hulpverlening niet zou zijn gebeurd.

In een verklaring zegt GGZ Rivierduinen dat de instelling het oordeel van de Gezondheidsinspectie ter harte neemt en zijn behandelwijze gaat veranderen.

"Wij worden nog alerter op signalen van onze patiënten die duiden op een concreet en direct gevaar voor henzelf of de omgeving. Ook de mogelijke gevolgen die deze risico's met zich meebrengen, kunnen beter worden ingeschat."

STER reclame