Door correspondent Wouter Zwart in Peking

De Chinese staat mag over indrukwekkende geldreserves beschikken, binnen de grenzen maakt Peking zich wel degelijk zorgen over schulden. Lokale overheden blijken afgelopen jaren tussen de 1100 en 1500 miljard euro te hebben geleend, waarvan een deel misschien niet kan worden terugbetaald. Dat kan Chinese banken in problemen brengen.

Het excessieve lenen door provincies en gemeenten begon tijdens de wereldwijde economische crisis eind 2008. Om te voorkomen dat die crisis zou overslaan op China, besloot de centrale overheid om honderden miljarden euro's te pompen in de eigen economie.

Veel van dat geld kwam terecht bij infrastructurele projecten zoals wegen, vliegvelden, bruggen en havens. Banken gaven de ene na de andere lening uit, soms zelfs zonder afdoende onderpand.

Gigantische projecten

Lokale overheden, zoals provincies, zagen hun kans schoon. Via speciale wetconstructies zetten zij zogeheten overheidsinvesteringsplatforms op. Daarmee konden ook zij, buiten de officiële boekhouding om, vele miljarden euro's lenen.

Dankzij dat geld verrezen in arme provincies als Yunnan gigantische infrastructurele projecten. Door nieuwe vliegvelden, snelwegen en woontorens ondergaat de provincie momenteel een indrukwekkende gedaanteverandering.

De vraag is alleen wie dat allemaal betaalt. Deze zomer liet het investeringsplatform van de provincie Yunnan plotseling weten dat het zijn leningen niet meer kon aflossen. Het had zo'n 10 miljard euro uitstaan bij een klein dozijn Chinese banken. Een faillissement dreigt.

Politieke motieven

De oorzaak van de geldproblemen is eenvoudig. Yunnan kan zijn provincie wel mooi aankleden, maar zo lang er nog geen reële economische groei plaatsvindt, zullen die snelwegen, vliegvelden en appartementen nauwelijks gebruikt worden. De overheid vangt daardoor maar weinig tol en belasting, waardoor die 10 miljard aan investeringen niet kan worden afgelost.

Volgens journalist Peter Stein van de Wall Street Journal worden veel van deze projecten gedreven door politieke motieven: "Een of andere lokale partijsecretaris wil zichzelf bewijzen en stuwt zijn provinciale koninkrijkje voort in ontwikkeling. Niemand die eerst eens rustig uitrekent of dat project zichzelf wel terugverdient."

Witte olifanten

En dus komen ongezonde leningen vaker voor dan we denken. Volgens deskundigen, waaronder kredietbeoordelaar Moody's, kan het percentage leningen dat fout loopt in China oplopen tot 12 procent. Volgens Fitch zelfs 30 procent. De eerste slachtoffers in zo'n geval zijn de banken. Zij kunnen fluiten naar hun geld, zeker als er onvoldoende onderpand was afgesproken.

Vooral lokale banken blijken veel meer geld te hebben uitgeleend dan goed voor ze was. Ook dat komt voort uit lokale kongsi's, waarbij de bazen van provinciale banken, overheidsplatforms en bouwbedrijven elkaar allemaal kennen.

Peter Stein zegt dat de druk om geld uit te lenen dan veel groter is. "Doordat het allemaal buiten de boeken om gebeurt, zijn er geen staatscontroleurs die checken hoe dat geld wordt besteed. China heeft een lange historie van lokale leiders die overheidsgeld uitgeven aan de bouw van witte olifanten als kantoren, appartementen en golfbanen."

Liquiditeitsproblemen

Hoewel met name die lokale banken in grote liquiditeitsproblemen kunnen komen, hoeven we volgens Stein nog niet bang te zijn voor een bankencrisis zoals in de VS en Europa in 2008. Daarvoor groeit de nationale economie waarschijnlijk te hard. "Zelfs al zou de Chinese groei terugvallen tot 7 procent per jaar, dan nog zou dat genoeg zijn om zichzelf uit een deel van de slechte leningen te kunnen groeien."

Eén keer eerder heeft de Chinese centrale overheid moeten ingrijpen om banken voor omvallen te behoeden. Dat was eind jaren 90. De huidige lokale schuld van 1100 miljard euro komt overeen met 27 procent van het Chinese bnp.

STER reclame