De Chinese economische groei lijkt niet te stuiten. In februari 2011 streefde de Chinese economie in omvang de Japanse voorbij. Volgens schattingen laat China in 2020 ook de VS achter zich. Het is een duizelingwekkende metamorfose van een economie, die veertig jaar geleden vrijwel bankroet was.

Eind jaren '70 begon de liberalisering van de Chinese economie - tot dan toe een gesloten, centraal geleide planecononomie. China kreeg een "socialistische markteconomie", heette het.

Stap voor stap werd de economie hervormd: afschaffing van de collectieve landbouw, hervorming van de failliete staatsindustrie en de banksector, toelating van buitenlandse investeringen, de ontwikkeling van privé-ondernemingen en de oprichting van aandelenbeurzen.

Indrukwekkend

Het resultaat is indrukwekkend: tussen 1978 en 2010 groeide China jaar op jaar gemiddeld bijna 10 %. Het Bruto Nationaal Produkt vertienvoudigde in die tijd. Honderden miljoenen mensen werden boven de armoedegrens uitgetild. China is het grootste exportland ter wereld. Het land trekt miljarden aan buitenlandse investeringen aan. Steeds vaker stromen Chinese investeringen ook naar het buitenland.

Maar er zijn ook kanttekeningen te plaatsen bij deze indrukwekkende prestaties. Zo is het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking in China relatief laag - lager dan dat van iemand in Angola of Cuba.

Inkomenskloof

Verder kampt China met een aantal problemen die verdere economische groei (op de langere termijn) bedreigen. China heeft relatief weinig grondstoffen, wat China's fanatieke jacht naar bijvoorbeeld olie en ijzererts in Afrika, Azië en Zuid-Amerika verklaart. Vergiftigde rivieren, uitdrogende landbouwgrond, erosie en enorme luchtvervuiling zijn het resultaat van de snelle industrialisatie.

Er is een toenemende inkomenskloof, die zorgt voor sociale onrust. De wijdverbreide corruptie lijkt onuitroeibaar. De inflatie is op dit moment relatief hoog, waardoor mensen minder te besteden hebben, ondanks stijgende inkomens.

Een betrouwbaar sociaal vangnet ontbreekt, waardoor er veel wordt gespaard en weinig binnenlandse consumptie is. De bevolking vergrijst in rap tempo als gevolg van de een-kind politiek. Arbeid wordt daardoor duurder, wat China's positie als lage lonen-land bedreigt.

Vijfjarenplan

In het 12de Vijfjarenplan, dat in maart 2011 werd aangenomen, belooft de regering de komende jaren door te gaan met economische hervormingen. China wil de binnenlandse consumptie aanwakkeren, zodat Chinese bedrijven voor hun omzet minder afhankelijk zijn van export naar het buitenland.

En nu arbeid schaarser en dus duurder wordt, heeft China de ambitie om de omslag te maken van goedkope, arbeidsintensieve produkten naar meer hoogwaardige produkten, die met meer geavanceerde technologie worden gemaakt.

China's economie: de cijfertjes

BBP China: EUR 10 biljoen (PPP, 2010) BBP Nederland: EUR 574 miljard BBP per hoofd van de bevolking: EUR 5.300 (PPP) BBP per sector: landbouw (10%); industrie (47%); diensten (43%) Groei BBP 2010: 10,3 % Geldeenheid: 1 renminbi (yuan) = 10 jiao = 100 fen Inflatie: 4,9% (januari 2011) Bevolking: 1,34 miljard (volkstelling 2010) Beroepsbevolking: 815 miljoen Beroepsbevolking per sector: landbouw (38%); industrie (27%); diensten (34%) Werkloosheid: 4,3% (2009) Export: EUR 1,01 biljoen (2010) Import: EUR 922 miljard (2010) Buitenlandse deviezenreserves: EUR 2,1 biljoen (2010)

(*bron: CIA World Factbook, Financial Times, EIU)

STER reclame