Ooggetuigen vertellen over de schietpartij op het Noorse eiland Utøya.

Adrian Pracon

"Ik werkte op de informatiestand van het eiland. We hoorden op de radio van de bomaanslag in Oslo en riepen daarom alle 700 mensen bij elkaar om het te vertellen. Een paar minuten later kregen we een telefoontje dat er een politieagent zou komen om ons te zien. Ik ging naar het café om voor iedereen wat te halen. Op dat moment hoorde ik geweerschoten en zag mensen wegrennen. Terwijl ze wegrenden, werden ze in de rug geschoten. Mensen vielen dood voor me neer.

Ik rende over het terrein naar de tenten. Ik zag de schutter. Twee mensen begonnen met hem te praten. Twee seconden later waren ze allebei neergeschoten.

Hij droeg een zwart uniform met rode biezen. Hij zag eruit als een nazi, met zijn politie-achtige uniform en haar. Hij was heel zelfverzekerd, kalm en beheerst. Hij riep naar ons dat we allemaal zouden sterven. We renden allemaal naar het water, mensen kleedden zich uit en begonnen te zwemmen. Ik had niet genoeg tijd om mijn kleren uit te trekken, dus ik begon te zwemmen in mijn kleren en laarzen. Ik haalde 150 meter, maar het meer is zo'n 800 meter lang. Ik realiseerde me dat ik het niet zou halen dus keerde om.

Ik zag hem tien meter van me vandaan, schieten op mensen die aan het zwemmen waren. Hij richtte zijn machinegeweer op mij en ik riep 'Nee, alsjeblieft, niet doen'. Ik weet niet of hij luisterde, maar hij spaarde me.

Hij kwam een uur later terug. Ik was met andere overlevenden en we lagen achter bomen en struiken. We hadden het ijskoud in onze natte kleren. Het schieten begon opnieuw en mensen vielen bovenop me, op mijn benen en in het water. Op dat moment gingen heel veel mensen dood. Ik heb mezelf achter hen verstopt, biddend dat hij me niet zou zien. Midden in de schietpartij kreeg ik een kogel in mijn rug.

Toen kwam hij dichterbij. Ik kon zijn adem voelen, zijn laarzen, de warmte van de loop van zijn geweer. Maar ik bewoog niet en dat heeft mijn leven gered. De lichamelijke pijn is niet het ergst, het is de gedachte aan al die vrienden die zijn gedood."

Stine Renate Haheim

"Ik ben lid van het Noorse parlement. Ik nam deel aan het jeugdkamp. We waren in groepjes bij elkaar aan het praten over de bomaanslag in Oslo. We hoorden iemand roepen: "De politie is er, we zijn nu veilig." Ik zag een politieman van een heuvel komen. Plotseling begon hij mensen dood te schieten, één voor één.

We renden en sprongen in het water toen we boten zagen komen. We dachten verder nergens meer aan, we wilden alleen veilig zijn en elkaar helpen. De schutter had een politie-uniform, dat was waarschijnlijk het engst. Hij was kalm, hij rende niet, hij bleef maar op mensen schieten, ik heb hem niets horen zeggen."

Ali al Hathem

We kregen een sms over de explosie in Oslo. Ik raakte ongerust omdat mijn broer in de stad was. Ik belde mijn familie om te horen of ze ok waren. Dat was zo, maar mijn zus was in shock omdat ze in de stad was toen het gebeurde.

Terwijl ik met haar sprak, liep ik naar de tent om iets te eten te halen. Na een paar minuten hoorde ik mensen in paniek. Ze gilden, renden rond en riepen: 'vlucht vlucht!' Ik raakte verward en hoorde plotseling geweerschoten. Ik had nog nooit schoten gehoord, dus ik wist niet wat het was.

Mijn vriend zei dat we moesten wegrennen. Ik was nog steeds aan de telefoon met mijn zus, maar had haar in de wacht gezet. Plotseling hoorde ik een schot achter mijn hoofd, mijn oren explodeerden bijna. Ik viel op de modderige grond en begon te kruipen. Ik had pijn aan mijn been, maar die voelde ik niet, ik dacht alleen aan overleven.

Eerlijk gezegd denk ik dat de kogel voor mij bedoeld was. Ik was een van de laatsten die het terrein verliet.

Tore Bekkedal (lokale partijleider)

Toen het schieten begon was ik gelukkig in een toiletgebouw. Ik denk dat dat mijn leven heeft gered.

Toen ik hoorde schieten en gillen, dacht ik eerst dat iemand het voor de grap deed. Ik ging naar buiten om te kijken en zag twee vrienden staan. Aan de blik in hun ogen kon ik zien dat het serieus was.

Hana Barzingi

We verzamelden in het hoofdgebouw om te praten over wat er in Oslo was gebeurd. Plotseling hoorden we schoten. We dachten eerst dat het een grap was.

Ik zag een politieman met oordoppen in. Hij zei dat hij iedereen bij elkaar wilde hebben. Daarna rende hij naar voren en begon te schieten.

Hij schoot op iedereen. Zonder na te denken, leek het. Volgens mij had hij problemen met zichzelf. Het voelt nog steeds als een nachtmerrie. Ik geloof niet dat dit echt is gebeurd.

STER reclame