Mocht je nog aan het nadenken zijn over een tweede studie, dan loont het de moeite om een beetje rond te shoppen bij verschillende universiteiten. NOS op 3 heeft namelijk een rondgang gemaakt en uit ons overzicht blijkt dat er grote prijsverschillen zijn tussen wat universiteiten vragen. Zo kost een master-opleiding tandheelkunde aan de Universiteit van Amsterdam 25.000 euro per jaar, terwijl er in Groningen 32.000 euro wordt gevraagd.

Volgens de Rijksuniversiteit Groningen komt dat grote verschil doordat ze daar veel studenten van buiten de Europese Unie hebben (voornamelijk uit Saudi-Arabië), en dus hadden ze bedacht om 32.000 euro te vragen. Dat bedrag is zo hoog omdat er bijvoorbeeld een selectieprocedure inzit en er extra begeleiding nodig is. Maar ze snappen ook wel dat dat niet echt aantrekkelijk is voor Nederlandse studenten en dus gaat het collegegeld daar volgend jaar (2012-2013) drastisch naar beneden.

Zelf tarief bepalen

Sinds vorig jaar krijgen universiteiten geen geld meer voor afgestudeerden die een tweede studie gaan volgen. In ruil daarvoor heeft het kabinet gezegd dat ze zelf het tarief van deze studie mochten bepalen. De marktwerking kwam dus het hoger onderwijs binnen, tot groot verdriet van de studentenbonden. Ze begrijpen dat een tweede studie iets duurder mag zijn, maar zowel de LSVb als het ISO is er een voorstander van dat ook daar een plafond is. Zo zegt het ISO: "Wij vinden dat de overheid wel een grens moet trekken wat betreft de instellingscollegegelden voor een tweede bachelor of master. Bijvoorbeeld door instellingen wel de mogelijkheid te geven wat meer te vragen voor een tweede studie, maar hier een maximaal bedrag voor vast te stellen. Een soort tweede wettelijk collegegeld."

De universiteiten balen er zelf ook van dat ze geen geld meer krijgen voor studenten die een tweede studie volgen. Volgens de VSNU, de Vereniging van Universiteiten, is er weinig keus en moet er dus wel een hoger collegegeld worden gevraagd. Zij leggen de verschillen tussen de universiteiten als volgt uit: "De tarieven die universiteiten voor een tweede opleiding hanteren kunnen onderling verschillen. Dit kan te maken hebben met het gebruik van duurdere faciliteiten zoals onderzoekslaboratoria en ICT-infrastructuur bij geneeskunde en Beta- en techniek- opleidingen, de schaalgrootte en intensiteit in studiebegeleiding en contacturen van de opleiding en de daarbij vereiste inzet van hoogleraren en docenten. "

Overgangsregeling

Overigens is er wel een aantal universiteiten dat een overgangsregeling heeft voor studenten. Als je daar onder valt hoef je dus niet meteen de volle pond te betalen. We hebben niet al die regelingen in ons overzicht kunnen verwerken, we verwijzen daarvoor via de knop "meer informatie" door naar de website van de desbetreffende universiteit.

Bindend Studie Advies

In het schema is ook te zien dat bijna alle universiteiten het komende jaar het BSA (Bindend Studie Advies) hebben ingevoerd of of dat ze het aantal studiepunten dat je moet halen verhoogd hebben. Volgens de VSNU kun je dit niet los zien van de dingen die universiteiten doen om studenten beter te begeleiden: "Universiteiten die een Bindend Studieadvies (BSA) hanteren, gaan er van uit dat door in het eerste (en soms ook tweede) studiejaar studenten intensief te begeleiden en te volgen, zonodig te verwijzen of af te wijzen, uitval in latere studiejaren verkleind wordt en daarmee het rendement van de opleiding alsmede de kwaliteit van de opleiding omhoog gaat."

Het ISO vindt ook dat universiteiten studenten moeten begeleiden die 't aantal BSA-punten niet halen. Ze zouden een advies moeten krijgen welke studie ze wel zouden kunnen doen. Het steeds maar verhogen van het BSA vindt de studentenbond geen goed plan: "Belangrijker dan het verhogen van het bsa is nu in ieder geval inzetten op intake- en matchingsgesprekken die een BSA minder noodzakelijk maken, omdat een student sneller de juiste keuze kan maken."

Door: Martijn

STER reclame